Ga naar jaartal:

2018

11-12-2018: RGOc Studiemiddag Gepersonaliseerde zorg: geen woorden maar daden
Veel psychische stoornissen gaan gepaard met een grote variatie in individuele kenmerken, symptomen en ziektebeloop. Het huidige behandelaanbod binnen de GGZ levert niet bij elke cliënt goede resultaten op. Dat is ook niet zo gek: elke cliënt brengt zijn eigen achtergrond, verwachtingen en doelen mee naar de behandeling. De huidige richtlijnzorg biedt echter vaak onvoldoende uitkomst om deze individuele factoren in de behandeling mee te nemen. Mede hierom wordt er al jaren bepleit om de geestelijke gezondheidszorg meer te personaliseren.
In de RGOc Studiemiddag laten we met praktijkvoorbeelden zien dat we zorg daadwerkelijk kunnen personaliseren, zodat de behandeling beter aansluit bij de behoefte van de cliënt.

Lees hier het programma.

Deze studiemiddag is met drie punten geaccrediteerd door de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) en het Verpleegkundig Specialisten Register en het Register Vaktherapie, en door de Federatie Gezondheidszorgpsychologen en Psychotherapeuten (FGzPt) met twee punten.

14-11-2018: Promotie Anne Looijmans: Lifestyle interventions in patients with a severe mental illness
Op woensdag 14 november 2018 promoveert Anne Looijmans op haar proefschrift “Lifestyle interventions in patients with a severe mental illness, addressing self-management and living environment to improve health”. De lichamelijke gezondheid van patiënten met een ernstig psychiatrische aandoening (EPA) is alarmerend en het aanpakken van hun ongezonde leefstijlgedrag biedt mogelijkheden voor het verbeteren van hun gezondheid. In dit proefschrift onderzocht Looijmans hoe binnen de reguliere geestelijke gezondheidszorg (GGZ) het leefstijlgedrag van EPA-patiënten veranderd kon worden om zo hun lichamelijke gezondheid te verbeteren. Looijmans werkte voor haar promotieonderzoek mee aan de ELIPS en de LION studie. Concluderend toont dit proefschrift aan dat leefstijlinterventies voor EPA-patiënten haalbaar kunnen zijn in de dagelijkse GGZ, maar aanpassingen in de GGZ-setting zijn nodig om uitkomsten te vergroten en te behouden. Zie verder de aankondiging bij de RUG.
30-11-2018: Promotie Mirjam Simoons: Somatic monitoring of patients with mood and anxiety disorders
Op 30 november verdedigt Mirjam Simoons, ziekenhuisapotheker bij het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen, haar proefschrift “Somatic monitoring of patients with mood and anxiety disorders, Problem definition, implementation and further explorations”. Mirjam Simoons deed onderzoek naar de lichamelijke effecten en bijwerkingen van medicatiegebruik bij stemmings- en angststoornissen en de zorg daaromheen (“Monitoring Outcomes of Psychiatric Pharmacotherapy” – MOPHAR). Zowel de noodzaak voor deze monitoring, de opzet van een structuur voor monitoring en de effecten van de implementatie van monitoring komen in haar proefschrift aan bod.
Het onderzoek voor dit proefschrift werd uitgevoerd vanuit de ziekenhuisapotheek van het Wilhelmina Ziekenhuis Assen in nauwe samenwerking met GGZ Drenthe, het Universitair Centrum Psychiatrie van het UMCG, het Rob Giel Onderzoekcentrum en de afdeling Farmacotherapie, -Epidemiologie & -Economie van de RUG. Zie ook de aankondiging bij de RUG.
17-10-2018: Promotie Sjoerd van Belkum "Neuromodulation and Depression"
Op 17 oktober jl. promoveert Sjoerd van Belkum aan de Rijksuniversiteit Groningen op zijn proefschrift “Neuromodulation and Depression”. Van Belkum onderzocht o.a. de effecten van een vorm van neuromodulatie, tPEMF. Hierbij wordt gepulste transcraniële elektrische stimulatie gebruikt om de hersenschors te stimuleren. In zijn onderzoek toonde hij aan dat tPEMF minder effectief is als behandeling bij depressie dan eerdere onderzoeken suggereren. Hoewel tPEMF wel invloed lijkt te hebben op het brein, vond hij geen antidepressief effect. De Nederlandse samenvatting van zijn proefschrift kunt u hier lezen. Het UMCG/RUG persbericht vindt u hier.
Ketamine en psilocybine als behandeling voor hardnekkige depressie
In Nederland krijgt bijna één op de vijf volwassenen ooit in het leven te maken met een depressie. Bij ongeveer 30% van deze mensen heeft reguliere behandeling geen of onvoldoende effect op de stemming. Er is dan ook grote behoefte aan de ontwikkeling van nieuwe behandelmogelijkheden voor depressie.

Onderzoekers van de afdeling Psychiatrie van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) zijn in 2017 een studie gestart om te onderzoeken of mensen met een hardnekkige depressie baat hebben bij het gebruik van orale ketamine. Tevens zullen zij binnenkort een studie gaan aanbieden waarin onderzocht wordt of mensen met een hardnekkige depressie baat hebben bij eenmalig gebruik van psilocybine, in combinatie met psychotherapie.

Op 30 oktober om 21:25 uur is er bij de NPO een uitzending van ‘Dokters van Morgen’ te zien waarin aandacht wordt besteed aan ketamine. In de uitzending vertellen een studiedeelnemer en professor Robert Schoevers over de ketaminestudie. Wij nodigen u bij deze van harte uit om de uitzending te bekijken!

Onderzoek naar de behandeling van depressie zou niet mogelijk zijn zonder deelnemers. Wilt u daarom aan onze studies denken als u een patiënt in uw caseload heeft met een hardnekkige depressie? Voor zowel de ketaminestudie als de psilocybinestudie zijn we op zoek naar patiënten met een vastgestelde depressieve stoornis waarbij behandeling met antidepressiva niet (voldoende) effectief is. De specifieke in- en exclusiecriteria zijn te vinden in de folders van de ketaminestudie. Voor vragen of meer informatie kunt u contact opnemen via ketaminestudie@umcg.nl of psilocybinestudie@umcg.nl. Informatie over de ketaminestudie kunt u tevens vinden op onze website: www.ketaminestudie.umcg.nl.

Cursus Cliëntenparticipatie in wetenschappelijk onderzoek
Op woensdag 28 november 2018 van 13.30 tot 16.30 uur vindt de cursus “Cliëntparticipatie in wetenschappelijk onderzoek” plaats. Deze cursus wordt georganiseerd door het RGOc en zal gegeven worden door Rob van den Brink en Meike Bak.

Tijdens de cursus zal onder andere worden ingegaan op:

  • Wetenschappelijk onderzoek: hoe ziet dat eruit?
  • Welke rollen kunnen cliëntvertegenwoordigers bij wetenschappelijk onderzoek vervullen?
  • Hoe wordt vorm gegeven aan cliëntenparticipatie bij het RGOc?

Voor wie? (Ex-)cliënten die actief mee (willen) denken over wetenschappelijk onderzoek
Waar? K 1.25, Triadegebouw (UMCG, ingang 24)
Kosten? Geen
Geïnteresseerd? U kunt zich aanmelden door vóór 21 november het aanmeldingsformulier in te vullen.
Datum: 28-11-2018
Tijd: 13.30 – 16.30 uur

Aanmelden voor deze cursus is niet meer mogelijk.

2-8-2018: Publicatie GROUP project in American Journal of Psychiatry: Als de rook is opgetrokken: Psychose, roken en cognitie
In het toonaangevende tijdschrift American Journal of Psychiatry (AJP) is een arikel gepubliceerd van de GROUP studie: Association Between Smoking Behavior and Cognitive Functioning in Patients With Psychosis, Siblings, and Healthy Control Subjects: Results From a Prospective 6-Year Follow-Up Study. Uit het onderzoek van Jentien M. Vermeulen e.a. bleek dat patiënten met een psychose niet alleen veel vaker roken, maar dat roken ook samenhangt met een slechter cognitief functioneren. Een Nederlandse samenvatting van het artikel leest u hier. De samenvatting van de wetenschappelijke publicatie is te lezen op de site van AJP.
Richard Bruggeman en Wim Veling ontvangen ieder vijf ton NWO subsidie

Mensen met autisme en psychotische stoornissen ervaren vaak ernstige beperkingen in maatschappelijk functioneren. NWO geeft een aantal onderzoekteams subsidie om te onderzoeken welke interventies mogelijk zijn en of de behandelingen werken, waaronder de teams van Richard Bruggeman en Wim Veling.

Het doel van het NWO onderzoeksprogramma naar maatschappelijke (re)integratie van jonge mensen met autisme en psychose is om innovatief onderzoek te stimuleren naar succesvolle interventies op het gebied van wonen, vrije tijdsbesteding en beeldvorming over mensen met autisme of psychoses. Ook is er nog te weinig bekend over het beeld dat de Nederlandse samenleving heeft van mensen met autisme en/of psychotische stoornissen, en wat er gedaan kan worden om stigmatisering tegen te gaan.

 

Wim Veling krijgt vijf ton om te onderzoeken of een virtual reality behandeling jonge mensen met een psychose kan helpen. Deze jongeren hebben minder sociale activiteiten dan hun leeftijdsgenoten, ze vinden interacties met andere mensen in het dagelijks leven lastig. Wim gaat onderzoeken of ze er baat bij hebben om samen met een therapeut te oefenen in allerlei virtuele sociale situaties.

Lees meer over het onderzoek van Wim Veling.

 

Richard Bruggeman krijgt vijf ton om te onderzoeken hoe de gezondheidszorg en maatschappelijke instellingen beter kunnen gaan samenwerken om de sociale participatie van mensen met een psychose te bevorderen. Mensen in beschermde woonvormen blijken namelijk slecht in de maatschappij te integreren. Gezondheidszorg en wijkzorg staan nog ver van elkaar.
Lees ook het interview met Richard Bruggeman op UMCG Kennisinzicht.
Lees meer over de beide subsidies op de site van NWO.

Nieuwe subsidie-implementatie CAT voor Lisette van der Meer
Voor het implementatieonderzoek naar Cognitieve Adaptatie Training (CAT) heeft Lisette van der Meer (Lentis ART-Zuidlaren) 150.000 euro subsidie ontvangen van Stichting tot Steun VCVGZ.

Door cognitieve problemen hebben veel patiënten met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) moeite met het overzien van de dag, vergeten dingen snel of raken snel afgeleid, of vinden het moeilijk om ergens aan te beginnen. De psychosociale interventie Cognitieve Adaptatie Training (CAT) maakt gebruik van hulpmiddelen om deze cognitieve problemen te omzeilen, wat het uitvoeren van de dagelijkse activiteiten makkelijker maakt.

Uit recent onderzoek van Lentis ART-Zuidlaren blijkt dat CAT effectief is en verbeteringen laat zien op het gebied van dagelijks functioneren en kwaliteit van leven. Het is echter vaak moeilijk om een interventie een goede plek te geven in de dagelijkse zorg. Met deze nieuwe subsidie willen de onderzoekers een implementatieprogramma toetsen dat rekening houdt met de individuele verschillen tussen teams, maar waarin tevens een methodische aanpak wordt gehanteerd. Daarmee biedt dit onderzoek een gepersonaliseerde aanpak op gepersonaliseerde zorg. Door in dit onderzoek wetenschap en praktijk dichter bij elkaar te brengen, hopen ze bij te dragen aan het herstel van mensen met EPA binnen de langdurige zorginstelling.

Nieuwe subsidie voor Robert Schoevers: Samen sturen. Kiezen voor optimale depressiebehandeling op basis van zorgdata en cliëntvoorkeuren
Robert Schoevers (UCP), Kaying Kan (RGOc), Frederike Jörg (RGOc/GGZ Friesland) en Talitha Feenstra (UMCG Epidemiologie) hebben een subsidie van ruim 7 ton gekregen van Zorginstituut Nederland voor de implementatie van een instrument voor optimale depressiebehandeling op basis van zorgdata en cliëntvoorkeuren.

Hoewel diverse effectieve behandelingen voor depressie beschikbaar zijn, bestaan grote individuele verschillen in uitkomsten. Individuele cliëntkenmerken zijn belangrijke voorspellers van behandeluitkomst. Deze gegevens zijn dankzij ROM beschikbaar in vragenlijsten en dossiers, maar worden tot nu nog niet systematisch betrokken in de indicatiestelling die vaak nog is gebaseerd op ‘trial en error’.

‘Samen sturen’ beoogt een lerend instrument te implementeren dat het resultaat voorspelt van verschillende behandelopties voor de cliënt op basis van individuele kenmerken en voorkeuren. Dit vormt input voor ‘shared decision-making’. Het doel is verbetering van effectiviteit, doelmatigheid en cliëntwaarde van de depressiebehandeling. Het instrument wordt ontwikkeld bij het UCP, in samenwerking met grote GGZ instellingen in Noord Nederland en MIND. Data uit het RoQua Routine Outcome monitoring systeem (2,25 miljoen vragenlijsten afgenomen) en kwalitatieve informatie uit cliëntenpanels worden gebruikt als input.

Het doel van het huidige project is om dit instrument te implementeren binnen de reguliere depressiebehandeling gekoppeld aan ROM systemen. In het hele traject van ontwikkeling tot implementatie wordt samengewerkt met MIND en cliëntvertegenwoordigers waarbij in het kader van ‘Value Based HealthCare’ hun uitkomsten centraal staan.

Jaarverslag 2017
Het RGOc jaarverslag 2017 is verschenen! Dit jaar is het jaarverslag voor het eerst volledig digitaal. Het jaarverslag bevat veel links en interne verwijzingen waardoor er gemakkelijk door het document genavigeerd kan worden. Dankzij deze links kon het jaarverslag wat beknopter blijven dan voorgaande jaren. Neem zelf een kijkje en download hier het jaarverslag.
Oratie Richard Bruggeman: Het cognitief experiment en de psychiatrie
Op 22 mei hield prof. dr. Richard Bruggeman zijn oratie ‘Het cognitief experiment en de psychiatrie’. Hierin roept hij instellingen in de geestelijke gezondheidszorg op om te blijven investeren in onderzoek en geeft hij aan hoe mensen met een psychotische stoornis weer goed kunnen meedraaien in de maatschappij. Richard Bruggeman is psychiater in het UMCG en sinds 2012 hoofd van het Rob Giel Onderzoekcentum. Voor hij het terrein van de psychiatrie betrad, volgde hij de opleiding tot neuroloog. In zijn rol als bijzonder hoogleraar Neuropsychiatrie van psychotische stoornissen, komen die beide terreinen samen. [Lees meer]

U kunt via YouTube de videoregistratie van de inaugurele rede bekijken.

"Laat mensen met psychoses niet 'uitgeburgerd' raken"
Richard Bruggeman met schilderijNaar aanleiding van zijn oratie op 22 mei 2018 werd Richard Bruggeman geïnterviewd voor Kennisinzicht, het magazine van het UMCG over wetenschappelijk onderzoek. In het interview geeft Bruggeman antwoord op de vraag hoe we ervoor kunnen zorgen dat mensen met een psychotische stoornis weer goed mee kunnen meedraaien in de maatschappij. [Lees meer]

OTW
Daarnaast werd Bruggeman geïnterviewd over zijn stelling dat er een ‘solidariteitsheffing’ nodig is op het budget van GGZ instellingen: OTW, Onderzoekstoegevoegde Waarde, analoog aan de welbekende BTW. “Het moet normaal worden dat we geld steken in vernieuwing en dat iedereen in het GGZ-veld eraan bijdraagt de psychiatrie te blijven ontwikkelen, dat hoort bij het vak”, zegt hij in het tweede interview met UMCG Kennisinzicht.

10-6-2018: Film: De Stemmen van Vincent
Op zondag 10 juni wordt het filmportret “De Stemmen van Vincent” van Maarten Kal vertoond in Filmtheater Groninger Forum. In de film krijgen we een kijkje in het leven van Vincent Swierstra: hij hoort stemmen, heeft psychoses doorgemaakt en wil stoppen met zijn antipsychotica. Voor en na de film is er ruimte voor discussie en gaan we het gesprek aan over voor en nadelen van antipsychotische medicatie en vertellen we waarom de HAMLETT studie de langetermijngevolgen wil weten.

U bent hierbij van harte welkom. De kosten bedragen € 2,50. Meer informatie vindt u in de uitnodiging.

29-05-2018: Studiedag Ouderenpsychiatrie: Welbevinden in de Ouderenpsychiatrie, Het Kasteel, Groningen
Verschillende benaderingen stellen het welbevinden van de cliënt in de (langdurige) zorg centraal. Zo verlegt de nieuwe opvatting van gezondheid de aandacht van problemen in de gezondheid naar een ‘positieve gezondheid’ in brede zin. Hierbij kan gedacht worden aan initiatieven ter bevordering van een gezonde leefstijl, herstelgerichte zorg en wonen in de wijk. Maar ook voor de organisatie van de zorg.. [Lees meer]
Oproep cliëntenparticipatie: ervaring met psychiatrische behandeling? Dan zijn wij op zoek naar jou!
DepressionBinnen het RGOc-onderzoek kijken we naar hoe psychiatrische behandeling zo goed en zo betaalbaar mogelijk kan worden ingezet. We zijn regelmatig op zoek naar (ex)cliënten die bekend zijn met verschillende psychiatrische behandelingen. Dit wordt op onze website en in de nieuwsbrief bekend gemaakt. Wil je op de hoogte blijven? Neem dan een abonnement!
Oproep cliëntenparticipatie: ervaring met behandeling voor depressie? Dan zijn wij op zoek naar jou!
DepressionBinnen het IMPROVE-onderzoek kijken we naar hoe behandeling voor depressie zo goed en zo betaalbaar mogelijk kan worden ingezet. We hebben een aantal depressiebehandelingen in de GGZ op een rij gezet waarmee we de GGZ effectiever of juist goedkoper zouden kunnen maken.

Graag gaan we in gesprek met cliënten die bekend zijn met verschillende behandelingen voor depressie. In hoeverre zijn de behandelingen gewenst en acceptabel? Wij zijn benieuwd naar jouw mening!
Lees hier meer over deelname aan de focusgroep depressie.

17-04-2018: Samenwerken aan veerkrachtige jongeren, voorkomen van psychische aandoeningen
Vanuit de psychiatrie is er de afgelopen jaren steeds meer aandacht voor vroegtijdig opsporen en behandelen van jongeren met psychische klachten. Want hoe eerder psychische klachten worden behandeld, hoe beter de prognose. Dit is een belangrijke bevinding die breed gedeeld mag worden, zeker nu deze werkwijze tot de standaardzorg van specialistische GGZ instellingen gaat behoren. [Lees meer]
16-03-2018: RGOc symposium NNNSA: Stemmings-en angststoornissen: voorbij gestandaardiseerde zorg
Tot 20% van de algemene bevolking maakt ergens in zijn of haar leven een depressieve, bipolaire of angststoornis door. Een groot aantal mensen herstelt na zo’n episode. Echter meer dan de helft van de patiënten valt terug in de eerste vijf jaar na herstel, of herstelt te weinig om terug te kunnen naar het oude niveau van functioneren. Deze relatief grote groep verdient een intensieve specialistische behandeling ‘voorbij de gebaande paden’. Het symposium zal in het teken staan van recente ontwikkelingen zoals ‘precision medicine’, video-interventies, virtual reality en ‘enhancers’ als cannabidiol en ketamine. Natuurlijk staat er ook een rondleiding door het Groninger Museum op het programma.

Voor meer informatie en aanmelden klik hier.

Uitkomsten enquête voor clienten van opnameafdelingen UCP
Op initiatief van de Cliëntenraad UCP is i.s.m. het RGOc een enquête ontwikkeld met daarin vragen over ervaringen en wensen van cliënten ten aanzien van het contact met hun huisarts tijdens opname. Deze enquête is in 2017 uitgereikt aan cliënten van de opnameafdelingen van het UCP. De uitkomsten kunt u hier lezen.
Oproep cliëntenparticipatie
Binnen het IMPROVE-onderzoek kijken we naar hoe behandeling voor depressie zo goed en zo betaalbaar mogelijk kan worden ingezet. We hebben een aantal depressiebehandelingen in de GGZ op een rij gezet waarmee we de GGZ effectiever of juist goedkoper zouden kunnen maken.
Graag gaan we in gesprek met cliënten en naasten die bekend zijn met verschillende behandelingen voor depressie. In hoeverre zijn deze behandelingen gewenst en acceptabel? Wij zijn benieuwd naar jouw mening!

Geïnteresseerd? Klik dan hier voor meer informatie.

12-12-2017: RGOc studiemiddag: Oog voor betrokkenen: samenwerken met en ondersteunen van naasten van mensen in zorg bij de ggz
Al heel lang weten we dat de rol van naastbetrokkenen bij de begeleiding en behandeling bij de hulpverlening belangrijk is. Daarom is samenwerking met de familie en naastbetrokkenen onderdeel van het beleid en is er speciale aandacht voor kinderen van ouders met psychiatrische problemen. Dit is ook het thema van de RGOc studiemiddag op 12-12-2017, met sprekers als Meike Bak, Jooske van Busschbach, Christien Slofstra, Sietske van der Weg, Petra Havinga, Peter van der Ende en Louisa Drost. Voorzitters zijn Bert Stavenuiter (Ypsilon) en Stynke Castelein (Lentis).
De RGOc studiemiddag is geaccrediteerd met drie punten door het Register Verpleegkundig Specialisten, het Register Vaktherapie en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP).

De presentaties en de video-opnames van de studiemiddag vindt u hier.

'Overstag en Vooruit!' Oratie prof. dr. Stynke Castelein
Er moet nog veel gebeuren aan het maatschappelijk herstel van mensen met ernstige psychische aandoeningen. Dat zegt prof. dr. Stynke Castelein in haar oratie als bijzonder hoogleraar aan de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de RUG. Ze bekleedt de leerstoel Herstelbevordering bij ernstige psychische aandoeningen. Deze leerstoel is ingesteld door ggz-organisatie Lentis.

Via Youtube of Linkedin kunt u (nogmaals) kennis nemen van haar inaugurele rede.

TREAT-onderzoek in januari 2018 van start
Altijd behandeladviezen op maat conform richtlijn en zorgstandaard? Dan is TREAT voor jou als behandelaar in de psychosezorg mogelijk een ideale tool. In januari zullen we van start gaan met het onderzoek. Bekijk hier de promo. Geïnteresseerd om als eerste met TREAT te werken? Aanmelden kan via Lukas Roebroek.

Meer informatie over het TREAT onderzoek vind je bij de RGOc onderzoekssamenvattingen of op de website van Lentis.

Cursus Cliëntenparticipatie in wetenschappelijk onderzoek
Op donderdag 30 november 2017 van 13.00 tot 16.00 uur vindt de cursus “Cliëntparticipatie in wetenschappelijk onderzoek” plaats. Deze cursus wordt georganiseerd door het RGOc en zal gegeven worden door Rob van den Brink en Meike Bak.

Tijdens de cursus zal onder andere worden ingegaan op:

  • Wetenschappelijk onderzoek: hoe ziet dat eruit?
  • Welke rollen kunnen cliëntvertegenwoordigers bij wetenschappelijk onderzoek vervullen?

Voor wie? (Ex-)cliënten die actief mee (willen) denken over wetenschappelijk onderzoek
Waar? lokaal 3.18, UCP (UMCG)
Kosten? Geen
Geïnteresseerd? U kunt zich aanmelden door vóór 23 november het aanmeldingsformulier in te vullen.
Datum: 30-11-2017
Tijd: 13.00 – 16.00 uur
Het is niet meer mogelijk om je voor deze cursus aan te melden.

14-11-2017: Oratie prof. dr. Stynke Castelein
Mevrouw dr. S. (Stynke) Castelein, benoemd tot hoogleraar in de Faculteit Gedrags- & Maatschappijwetenschappen (RUG) met de leeropdracht Herstelbevordering bij ernstige psychische aandoeningen, houdt op 14 november 2017 om 16.15 uur haar oratie, getiteld: Herstelbevordering bij ernstige psychische aandoeningen: Overstag en vooruit!

Lees meer over de leeropdracht van prof. dr. Stynke Castelein op de website van Lentis.

6-11-2017: Promotie Cees Boerhout: Psychomotor therapy and aggression regulation in eating disorders; evidence-based treatment and performance-based measurement
Op maandag 6 november om 16.15 uur zal Cees Boerhout, hoofd van de arbeidstherapie, beeldende therapie en psychomotorische therapie van het Universitair Centrum Psychiatrie van het UMCG, zijn proefschrift in het openbaar verdedigen in het Academiegebouw van de RUG. De titel van het proefschrift luidt: Psychomotor therapy and aggression regulation in eating disorders; evidence-based treatment and performance-based measurement.

Uit onderzoek naar eetstoornissen blijkt onder meer dat overmatige regulatie van woede en agressie een belangrijke rol speelt. Dit proefschrift presenteert een nieuwe behandeling die hierop is gericht, ontwikkeld vanuit de psychomotorische therapie (PMT). De resultaten van gerandomiseerd en gecontroleerd onderzoek leveren het eerste bewijs van de toegevoegde waarde van PMT als een lichaams- en bewegingsgerichte therapie voor het reduceren van onderdrukte en op zichzelf gerichte woede. In het poliklinisch onderzoek was daarbij in de interventiegroep ook sprake van een afname in eetstoornis pathologie. Gebaseerd op deze bevindingen is de module opgenomen in de nieuwe landelijke Zorgstandaard voor Eetstoornissen. Het onderzoek van Cees Boerhout (zie: PMT en agressieregulatie) is uitgevoerd in samenwerking met het RGOc.

Als bijdrage aan meetprocedures voor woede en agressie introduceert het proefschrift ook een nieuwe psychomotorische gedragsmaat, genaamd de Methode voor Stamp Stoot Stem (MSSS). De MSSS is ontwikkeld vanuit het Centrum voor Bewegingswetenschappen RU Groningen en meet de fysieke kracht waarmee iemand stampt op een krachtplaat, stoot tegen een bokszak en roept in een microfoon. De veronderstelling is dat deze krachtuitoefening samenhangt met de drang tot lichaamsexpressie die bij woede hoort. De MSSS is bedoeld als aanvulling op zelfrapportage-lijsten voor agressie en dient tevens als feedback-instrument voor het gecontroleerd leren uiten van agressie. De resultaten van een eerste exploratieve studie onder studenten laten zien dat de MSSS een betrouwbaar instrument is waarbij verbanden worden gevonden tussen krachtuitoefening enerzijds en het vasthouden, loslaten en controleren van woede anderzijds. Dit geldt met name bij het onderdeel Stem uitgevoerd door vrouwen. De trend is dat deelnemers die geneigd zijn woede te onderdrukken minder kracht gebruiken dan deelnemers die neigen tot expressie van woede.

Zie ook de aankondiging op de website van de RUG.

Richard Bruggeman benoemd tot hoogleraar
Dr. Richard Bruggeman, hoofd van het RGOc en psychiater bij het UMCG, is benoemd tot bijzonder hoogleraar Neuropsychiatrie van psychotische stoornissen aan de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) vanwege het Rob Giel Onderzoekcentrum.
TREAT: Een digitaal hulpmiddel bij de behandeling van psychosen
Ben jij hoofdbehandelaar én wil je de kwaliteit van de psychosen-zorg verbeteren? Wil je alle ROM-PHAMOUS uitkomsten overzichtelijk op een rij? En wil je bij deze uitkomsten behandeladviezen op maat? Doe dan mee aan ons onderzoek en draag bij aan de implementatie van TREAT in jouw team.
ROM-PHAMOUS is al bijna tien jaar onderdeel van onze patiëntenzorg. Het doel van ROM-PHAMOUS is om in kaart te brengen hoe het ziekteproces van mensen met een psychotische stoornis verloopt en daar vervolgens hun behandeling op af te stemmen. Het kost behandelaars veel tijd om de ROM-uitkomsten te vertalen naar een concreet behandelplan. Het TREAT-project heeft als doel dit proces eenvoudiger en efficiënter te maken!

Contact: Lukas Roebroek, tel. 06-29600300.
Klik hier voor de folder.

5-7-2017: Promotie Md. Atiqul Islam: Statistical approaches to explore clinical heterogeneity in psychosis
Op 5 juli 2017 promoveert Md. Atiqul Islam aan de Rijksuniversiteit Groningen om 9:00 uur precies op zijn proefschrift met de titel “Statistical approaches to explore clinical heterogeneity in psychosis”. Psychotische stoornissen tonen een zeer heterogeen klinisch beeld; iets wat vaak over het hoofd wordt gezien. Doel van dit proefschrift is om inzicht te krijgen in de heterogeniteit, stabiliteit en familiaire kwetsbaarheid. Subtypes van psychotische symptomen blijken het functioneren en de kwaliteit van leven van patiënten te voorspellen. Dat concludeert Atiqul Islam in zijn proefschrift, waarin hij geavanceerde statische methoden heeft toegepast. Subtypes van cognitief functioneren bij patiënten met een psychotische stoornis blijken het cognitief functioneren van hun broers en zussen te voorspellen, daarnaast blijken cognitief functioneren van broers en zussen van patiënten het risico op het ontwikkelen van psychotische ervaringen te voorspellen. Atiqul onderzocht op basis van psychotische symptomen of er subtypes patiënten te vinden waren, en of deze subtypes dan ook in broers en zussen te zien zouden zijn. Meer kennis over subtypes kan nieuwe wegen openen naar inzicht in en behandeling van mensen met een psychose. Voor zijn onderzoek maakte Atiqul Islam gebruik van data van de GROUP studie.

Psychotische stoornissen worden vaak gezien als één stoornis, terwijl in de praktijk de symptomen per patiënt erg kunnen verschillen. Steeds meer wordt erkend dat het verdelen van patiënten in subtypes inzicht kan geven in behandeling, omdat dan per subtype een andere behandelmethode toegepast zou kunnen worden. Atiqul onderzocht daarom heterogeniteit tussen patiënten, en onderzocht ook hun broers en zussen zonder psychotische klachten. Het blijkt dat het subtype cognitie stabiel is, en ook bij broers en zussen tot uiting komt.

Vervolgens concludeert Atiqul dat de aard van negatieve symptomen het functioneren van een patiënt over de tijd kan voorspellen. Daarnaast bleek Theory of Mind – het vermogen om je in te leven in anderen – bij broers en zussen een voorspeller voor psychotische belevingen drie jaar later. Al met al blijkt het wel degelijk nuttig te zijn om psychotische patiënten in subtypes op te delen.

Ten slotte onderzocht Atiqul de risicofactoren voor een verlengde duur van onbehandelde psychose (DOP) – de tijd tussen het ontstaan van psychotische klachten en het begin van de behandeling. Hierbij bleken migratiestatus, de leeftijd van ontstaan van de klachten en het geslacht significante voorspellers van DOP te zijn.

Atiqul Islam (1981) studeerde Statistiek en Biostatistiek aan de universiteiten van Shahjalal (Bangladesh) en Hasselt (België). Zijn promotieonderzoek voerde hij uit binnen het Rob Giel Research center (RGOc), dat samen met het GROUP-project en de afdeling Epidemiologie van het UMCG zijn onderzoek financierde. Islam werkt nu als postdoctoraal onderzoeker en bio-statisticus voor de afdelingen farmacotherapie, epidemiologie, en economie van de Rijksuniversiteit Groningen.

Zie ook de Engelse samenvatting en de link naar het volledige proefschrift op de website van de RUG.

Jaarverslag 2016
Het RGOc jaarverslag 2016 is verschenen. Hierin vindt u een overzicht van het RGOc-onderzoek en de onderzoeksnetwerken rondom psychosen, stemmings- en angststoornissen, ouderenpsychiatrie en eHealth. In het jaarverslag is ook aandacht voor RoQua, doelmatigheid en het datawarehouse. Ook leest u over de stand van zaken met betrekking tot advisering en ondersteuning bij onderzoeksvragen vanuit de instellingen, over cliëntenparticipatie en over de RGOc Academie waar cursussen aangeboden worden rondom diverse diagnostische- en onderzoeksinstrumenten. In het verslag staat verder een overzicht van de wetenschappelijke publicaties in 2016.

U kunt ons jaarverslag hier downloaden. Wilt u het liever per post ontvangen? Dit kan via het contactformulier.

29-6-2017: Afsluitende bijeenkomst Beeldcommunicatie in de GGZ
Waarom vinden veel zorgverleners in de GGZ het toepassen van beeldcommunicatie voor hun patiënten zo lastig? Hoe kunnen onervaren én ervaren zorgverleners beter worden toegerust om hiermee om te gaan?

Rond deze en andere vragen is in 2015 het SIA-RAAK Publiekproject Beeldcommunicatie in de GGZ van start gegaan. GGZ-instellingen Accare, Dimence Groep, GGZ Drenthe, GGZ Friesland, GGZ Noord-Holland-Noord, Lentis en Verslavingszorg Noord Nederland hebben in dit project samengewerkt met hogeschool Windesheim, Hanzehogeschool, Rob Giel Onderzoekscentrum, Universiteit van Amsterdam en Zorg Innovatie Forum.
Het project heeft een rijk en gedetailleerd beeld opgeleverd van de dagelijkse praktijk van beeldcommunicatie door zorgverleners in FACT-teams èn een reeks hulpmiddelen die zorgverleners handreikingen en stof tot nadenken bieden voor het toepassen van beeldcommunicatie in de zorg. Kijk voor meer informatie op het weblog van het project.

Op donderdag 29 juni sluit het project af. Zorgverleners in de GGZ en beleidsmedewerkers, projectleiders, onderzoekers en andere geïnteresseerden in de toepassing van beeldcommunicatie zijn hiervoor van harte uitgenodigd. Deelname is gratis. Het programma en een aanmeldingslink vindt u hier.

Datum: donderdag 29 juni
Tijd: 11.00 – 14.00 uur
Locatie: Lentis, voormalig terrein Dennenoord, 9471 KE in Zuidlaren. De bijeenkomst vindt plaats in de Speelmanzaal in de Kimme, gebouw E70 (aangegeven via bordjes op het terrein).
Deelname is gratis (inclusief lunch)

21-6-2017: Promotie Claire Kos: On the Move. Towards understanding the neural basis of apathy
Op 21 juni 2017 om 14.30 uur promoveert Claire Kos (UMCG, Neuroimaging Center) aan de Rijksuniversiteit Groningen op haar proefschrift On the Move. Towards understanding the neural basis of apathy. Apathie kan omschreven worden als een gedragskenmerk waarbij er sprake is van een verlies van motivatie en initiatief, en gevoelens van lusteloosheid. Het opstarten en volhouden van activiteiten is lastig voor mensen met apathie, waardoor minder activiteiten ondernomen worden, met name wanneer deze vanuit jezelf moeten komen. Ongetwijfeld voelt iedereen zich weleens ‘apathisch’, bijvoorbeeld bij een verkoudheid, slaapgebrek of na de griep. Soms kunnen deze apathische klachten echter ook langer voortduren, van maanden tot jaren, en kan het zelfs het ondernemen van eenvoudige alledaagse activiteiten ernstig bemoeilijken. Helaas komt apathie relatief vaak voor. In dit proefschrift is apathie onderzocht in de gezonde populatie, maar ook in patiëntgroepen met neurodegeneratieve stoornissen (zoals bij mensen met de ziekte van Alzheimer), bij mensen met niet-aangeboren hersenletsel (na een ongeluk of hersenbloeding bijvoorbeeld) en bij mensen met een psychische aandoening, namelijk schizofrenie. Het doel van dit proefschrift was om bij te dragen aan een beter begrip van apathie, met de nadruk op het in kaart brengen van mogelijk onderliggende neurale correlaten. De resultaten van dit proefschrift laten zien dat apathie samenhangt met een ander volume en ander activiteitsniveau in met name de frontale en striatale hersengebieden, maar ook in de pariëtale cortex. Daarnaast bleken de neurale correlaten van specifieke componenten van apathie, zoals zelfinitiatie en cognitieve controle respectievelijk niet en wel aangedaan in een gedeelte van de onderzochte populaties. Zie ook de aankondiging op de RUG website. Hier vindt u ook een link naar het gehele proefschrift.
André Aleman gekozen tot KNAW-lid
André Aleman, hoogleraar neurowetenschappen bij het Neuroimaging Center, UMCG, is gekozen tot KNAW-lid. Hij is een van de 26 nieuwe leden, die de KNAW in mei 2017 heeft gekozen.

André Aleman is een innovatief, internationaal vooraanstaand hersenonderzoeker. Hij doet onderzoek naar onderwerpen als zelfmoord, veroudering, schizofrenie en depressie en is lid van het RGOc Netwerk Psychosen. Aleman bracht onder andere de hersenen in beeld van schizofreniepatiënten die stemmen horen. Zijn onderzoek komt geregeld in de leerboeken en op de bureaus van beleidsmakers terecht. Verder schreef Aleman, die eerder lid was van De Jonge Akademie, een internationale bestseller over het seniorenbrein en houdt hij lezingen voor een breed publiek.

Leden van de KNAW worden gekozen op basis van hoogwaardige wetenschappelijke prestaties. Een lidmaatschap is voor het leven. Lidmaatschap van de KNAW is in Nederland een groot eerbetoon voor een wetenschappelijke carrière. Zie ook het UMCG-persbericht.

Stynke Castelein op NVvP voorjaarscongres: Het is tijd voor herstel
Prof. dr. Stynke Castelein (Lentis) sprak op het Voorjaarscongres tijdens de plenaire sessie ‘Hollands glorie’ op vrijdag 7 april 2017 over herstel. “Vroeger werden de drie vormen van herstel – het klinisch of symptomatisch herstel, het maatschappelijk of functioneel herstel en het persoonlijk herstel – binnen de ggz los van elkaar gezien. Daardoor hadden psychiaters, maatschappelijk werkers en ervaringsdeskundigen ieder een andere definitie van herstel. Het is echter belangrijk dat we met zijn allen één taal spreken over wat herstel is en wat het inhoudt. De drie vormen van herstel moeten daarin met elkaar verbonden zijn. Pas dan krijg je optimaal herstel bij mensen”. Om te onderzoeken hoe dit aangepakt moet worden, gebruikt Castelein grote datasets die verkregen zijn uit een routinematige screening van mensen met ernstige psychische stoornissen in Noord-Nederland. Uit die datasets worden enkele kernfactoren gedistilleerd die voor alle drie de vormen van herstel heel zwaar wegen bij patiënten. Castelein verwacht dat één van de kernfactoren negatieve sympomen zijn. Interventies die daar bijvoorbeeld bij kunnen helpen, richten zich vooral op contact maken met anderen. Uit onderzoek blijkt dat onder andere lotgenotencontact negatieve symptomen kan verminderen. Ook een andere mogelijke predictor wordt dan meteen aangepakt: eenzaamheid. Castelein: “Uiteindelijk gaat het erom de omgeving van de patiënt zo in te richten dat we een optimaal herstel van die patiënt bewerkstelligen”.
Bron: De Psychiater, februari 2017.
Hoge bloeddruk en cholesterol bij psychotische patiënten vaak niet behandeld
De helft van de mensen met een psychotische aandoening in Nederland die last hebben van metabole klachten als ernstig verhoogde bloeddruk of cholesterol, worden hier niet of onvoldoende voor behandeld. Onder andere door de antipsychotica die zij gebruiken, hebben zij een verhoogd risico op metabole ziekten. De geldende richtlijnen hiervoor worden niet voldoende nageleefd, omdat behandelaars zich vaak niet bewust zijn van het hogere risico dat psychotische patiënten lopen. Dit blijkt uit onderzoek van psycholoog/onderzoeker Jojanneke Bruins van het UMCG dat in het Journal of Clinical Psychiatry van april 2017 gepubliceerd is.

Bruins volgde voor haar onderzoek liefst 1259 patiënten met een psychotische aandoening die allemaal 3 keer ROM-screening hebben ondergaan; zij gebruikte hiervoor de PHAMOUS database. Bekend is dat een verhoogd risico op metabole klachten een bijwerking van antipsychotica is. In haar onderzoek ging Bruins na in hoeverre zij in voldoende mate zijn behandeld voor hun metabole ziekten; zij keek hierbij vooral naar hoge bloeddruk, diabetes en verhoogde vetzuren. Nog niet eerder werd deze groep patiënten zo langdurig gevolgd.

Bruins pleit er voor om de uitkomsten van de jaarlijkse ROM-screening beter te integreren in de dagelijkse praktijk. Hierdoor kan volgens Bruins beter de individueel noodzakelijke zorg gegeven worden die nodig is voor het herstel van de patiënt.
Zie ook het RUG/UMCG persbericht en beluister het interview op Radio 1.

Uw kennis vergroten? Kom kijken bij Dimence
De Dimence Groep heeft een Commissie Wetenschappelijk Onderzoek (CWO), voorzitter is dr. Lieke Christenhusz. De CWO stimuleert en begeleidt medewerkers die geïnteresseerd zijn in wetenschappelijk onderzoek. Ook beoordeelt de CWO alle onderzoeken binnen de Dimence Groep en adviseert de raad van bestuur over onderzoeksbeleid en over onderzoeks-aanvragen.

Het wetenschappelijk onderzoek in de Dimence Groep heeft als overkoepelend thema ‘Zelfregulatie en waardengeoriënteerde zorg’ en concentreert zich momenteel in een aantal clusters die binnen alle onderdelen van de Dimence Groep kunnen plaatsvinden. Het CWO heeft nu een eigen website waarop alle onderzoek overzichtelijk gerangschikt is. Meer weten? Kom dan kijken bij www.dimencegroep.nl/onderzoek.

Oproep voor cliënten meedenken over ontwikkeling van een behandelkeuze instrument voor depressie
Binnen het IMPROVE-onderzoek wordt een instrument ontwikkeld dat op basis van de kenmerken van een cliënt de behandeluitkomsten van verschillende depressiebehandelingen kan weergeven. Cliënten kunnen met dit instrument gerichter geïnformeerd worden over de verschillende behandelmogelijkheden voor depressie. Om het instrument goed te kunnen ontwikkelen zoeken we geïnteresseerden die graag willen meedenken over:

  • Welke informatie wordt nu gebruikt in de keuze voor een depressiebehandeling?
  • Hoe verloopt de besluitvorming rondom de keuze voor een depressiebehandeling?
  • Wat zijn voor cliënten belangrijke uitkomsten/doelen van een depressiebehandeling?

Lees voor meer informatie de oproep voor cliënten of neem contact op met Meike Bak.

De bijeenkomst van de focusgroep zal plaatsvinden op maandag 12 juni van 13.00-15.00 uur.

Orale ketamine als aanvullende behandeling bij patiënten met een therapieresistente depressie
Ongeveer 30% van de mensen met een depressie is “therapieresistent”. Dit betekent dat reguliere behandeling geen of onvoldoende effect heeft op hun stemming. Uit eerdere onderzoeken is gebleken dat het medicijn ketamine bij deze mensen de stemmingsklachten kan verminderen. In deze onderzoeken werd ketamine per infuus toegediend.
We weten dat orale toediening van ketamine (oftewel inname via de mond) veel minder nadelen kent dan toediening per infuus. Wat we echter nog niet goed weten is of orale ketamine, net als ketamine per infuus, ook een antidepressief effect heeft. In deze studie willen wij daarom onderzoeken of mensen met een therapieresistente depressie baat hebben bij gebruik van orale ketamine, als aanvulling op hun lopende depressiebehandeling.
Als u geïnteresseerd bent of vragen heeft, kunt u hier de folder lezen of contact opnemen met: Sanne Smith-Apeldoorn of Jolien Veraart, arts-onderzoekers
Website: www.ketaminestudie.umcg.nl
E-mail: ketaminestudie@umcg.nl
Telefoon: 050-3618880
7-3-2017: Promotie Louisa Drost: Survivalkid(s): Online support for adolescents and young adults with a mentally ill family member
Op 7 maart 2017 promoveert Louisa Drost aan de Universiteit van Amsterdam op haar proefschrift Survivalkid(s): Online support for adolescents and young adults with a mentally ill family member. Psychische aandoeningen komen vaak voor en kunnen de kwaliteit van leven van patiënten en dat van hun gezinsleden aanzienlijk beïnvloeden. De kinderen, en de broers en zusjes van patiënten hebben een verhoogd risico zelf ook psychische problemen te ontwikkelen. Deze kinderen worden echter vaak niet bereikt met de bestaande preventieve zorg.

Voor het promotieonderzoek van Louisa Drost heeft zij samen met anderen een innovatieve vorm van ondersteuning ontwikkeld waarmee jongeren met een gezinslid met psychische problemen beter bereikt zouden worden dan tot nu toe het geval was. Om de interventie goed te laten aansluiten bij de belevingswereld van de jongeren uit de doelgroep kozen zij voor een webbased interventie, Survivalkid.nl. Daarnaast heeft Louisa literatuuronderzoek gedaan naar de door kinderen van ouders met psychische problemen zelf gerapporteerde ervaringen en naar hulpverlening via het internet.

Uit de resultaten blijkt dat met de Survivalkid interventie ca. vier keer méér jongeren uit de doelgroep bereikt werden dan met de bestaande regionale face-to-face groepen, en dat jongeren die meededen aan de chatsessies elkaar sociale steun gaven. Opvallend was dat met name meisjes de mogelijkheid aangrepen om (anoniem) over hun thuissituatie te praten; jongens deden dat nauwelijks. Online ondersteuning voor jongens moet er waarschijnlijk anders uitzien. Serious gaming lijkt voor deze doelgroep een veelbelovende optie.

Dat kinderen met een gezinslid met psychische problemen een grote kans lopen ook zulke problemen te ontwikkelen, is inmiddels goed onderbouwd. Hoe dit precies veroorzaakt wordt, weten we echter niet. Om goede interventies aan te kunnen bieden is verdere theorievorming noodzakelijk. Vooral de processen die zich af kunnen spelen tussen de verschillende beschermende en risicofactoren en de pogingen van het kind zelf om een situatie het hoofd te bieden moeten beter in kaart worden gebracht, waarbij rekening gehouden moet worden met de verschillen in denkpatronen bij jongens en meisjes.
Zie ook de aankondiging bij de UvA.

Depressie en de invloed van sociale relaties: resultaten uit de NESDA en NESDO studies
Onlangs verscheen een artikel van Rob van den Brink et al met resultaten uit de NESDA en NESDO studies: Prognostic significance of social network, social support and loneliness for course of major depressive disorder in adulthood and old age.

Weinig sociale contacten en eenzaamheid zijn risicofactoren voor het ontstaan van depressieklachten. Of sociale relaties ook invloed hebben op het herstel wanneer er eenmaal sprake is van een depressiestoornis, is niet duidelijk. Sommige onderzoekers vonden een geringere invloed van sociale relaties bij oudere dan bij jongere mensen met een depressie. Ons onderzoek had tot doel na te gaan welke invloed verschillende aspecten van sociale relaties hebben op het beloop van een depressiestoornis en of deze invloed afhankelijk is van de leeftijd van de persoon. Hierbij keken we naar drie aspecten van sociale relaties: het hebben van sociale contacten, de steun die men ondervindt van anderen en gevoelens van eenzaamheid.

Het onderzoek werd uitgevoerd in een groep van 1181 mensen met een depressiestoornis, afkomstig uit de NESDO en NESDA studies. De groep uit de NESDO studie was 60 jaar of ouder; de groep uit de NESDA studie 18 tot 65 jaar. Hierdoor kon worden bekeken of de invloed van sociale relaties op het beloop van een depressiestoornis anders is voor mensen ouder dan 60 jaar dan voor mensen jonger dan 60.

Alle drie door ons onderscheiden aspecten van sociale relaties (contacten, sociale steun en eenzaamheid) bleken van invloed op het herstel van een depressiestoornis, maar deze invloeden bleken elkaar voor een groot deel te overlappen. Alleen het wonen in een groter huishouden (van drie of meer mensen), weinig negatieve ervaringen in het contact met anderen en geringe gevoelens van eenzaamheid bleken specifieke voorspellers van een beter beloop van de depressiestoornis, los van de algemene invloed van goede sociale relaties op een gunstig beloop. Meer mensen in het huishouden betekent mogelijk dat mensen met een depressie meer gestimuleerd worden om actief te blijven en niet toe te geven aan de neiging zich terug te trekken. Negatieve ervaringen in het contact met anderen en gevoelens van eenzaamheid lijken belangrijke punten om aandacht aan te besteden in de behandeling van de depressie. Een belangrijke volgende stap is dan ook, na te gaan of het gericht aandacht besteden in de depressiebehandeling aan problemen in sociale relaties, leidt tot een beter herstel van de depressie en minder terugval.

Ons onderzoek liet weinig verschillen zien tussen ouderen en jongeren in de invloed die sociale relaties hebben op het beloop van een depressie. Dit betekent niet dat ouderen en jongeren niet kunnen verschillen in het hebben van goede sociale relaties; alleen dat de invloed van het hebben van goede relaties op het beloop van een depressie niet verschilt tussen beide groepen. Voor beide groepen zijn sociale relaties belangrijk en voor beide geldt dat in de behandeling van hun depressie aandacht dient te zijn voor de problemen die zij hierin ondervinden.

8-2-2017: Promotie Leonie Bais: Exciting links - Imaging and modulation of brain networks underlying key symptoms of schizophrenia
Op 8 februari om 11:00 uur precies promoveert Leonie Bais aan de RijksUniversiteit Groningen op haar proefschrift “Exciting links. Imaging and modulation of brain networks underlying key symptoms of schizophrenia”. Ondanks reguliere behandeling houdt een groot deel van de mensen met schizofrenie last van auditief-verbale hallucinaties (‘stemmen’) en/of negatieve syptomen (o.a. verminderde energie en motivatie, en een afgevlakt gevoel). Om deze symptomen goed te kunnen behandelen, is het van belang dat het onderliggend werkingsmechanisme in de hersenen begrepen wordt. Symptomen van schizofrenie worden beschouwd als een gevolg van verstoorde werking binnen en tussen netwerken in het brein. Door te kijken naar de netwerken die betrokken zijn bij het verwerken an auditief-verbale processen, kan onderzocht worden hoe mensen met aanhoudende stemmen deze netwerken gebruiken in vergelijking met mensen die geen stemmen horen. Leonie laat in haar studie zien dat de werking binnen deze netwerken niet optimaal is. Bij haar onderzoek maakte zij gebruik van de techniek Transcraniële Magnetische Stimulatie (TMS). Zie ook de aankondiging bij de RUG.
Oproep: cliëntenparticipatie in wetenschappelijk onderzoek
Bij het Rob Giel Onderzoekcentrum doen we onderzoek naar psychotische stoornissen in het Noord-Nederlands Netwerk Psychotische Stoornissen. Onderzoekers van dit netwerk komen maandelijks bijeen om elkaar te informeren over de lopende onderzoeken en plannen voor onderzoek, en om eventuele knelpunten met elkaar te bespreken. Deze bijeenkomsten vinden plaats bij het RGOc, in het Triadegebouw van het UMCG. Om de cliëntenparticipatie beter vorm te geven zijn wij op zoek naar twee enthousiaste cliënten. Lees voor meer informatie de vacaturebeschrijving.
Nieuwe applicatie zorgt voor slimmer screenen van psychische klachten
Een nieuwe applicatie zorgt ervoor dat hulpverleners in de geestelijke gezondheidszorg efficiënter kunnen screenen of iemand psychische problemen heeft. Het gaat om een ‘slimme’ digitale vragenlijst, waarbij het antwoord op een vraag bepaalt welke volgende vraag wordt gesteld. Hierdoor kan met veel minder vragen toch een betrouwbare schatting van de ernst van psychische klachten worden gemaakt. Doordat klachten eerder herkend worden, kan verergering van de klachten mogelijk voorkomen worden. Vanaf februari 2017 wordt de applicatie in een pilot-studie getest bij de beoogde gebruikers: huisartsen en praktijkondersteuners GGZ in de huisartsenpraktijk. Psycholoog Jan van Bebber van het UMCG licht op 13 december in Enschede het slimmer screenen toe op een congres van het RGOc over Preventieve GGZ.

In samenwerking tussen UMCG met de TU Twente is een statistische module ontwikkeld die het hart vormt van de screeningsapplicatie. Het slimme aan deze applicatie is dat bij iedere vraag wordt nagegaan, welke vervolgvraag het beste past bij de eerder gegeven antwoorden van de cliënt. Dit is vergelijkbaar met wat een geschoolde en ervaren interviewer ook doet. Als de ernst van het probleem voldoende betrouwbaar kan worden vastgesteld, stopt de screening. Dit scheelt de cliënt veel tijd en frustratie omdat hij of zij niet meer allerlei niet-relevante vragen hoeft te beantwoorden. De applicatie zal in de praktijk meestal voorafgaand aan een intake gesprek met cliënten worden ingezet om de aanwezigheid en/of ernst van klachten te bepalen. De eerste versie van de applicatie bevat de volgende vijf domeinen: angst, depressie, psychische symptomen van stress, positieve en negatieve symptomen van psychose. Ook positieve factoren als emotionele steun, vriendschap en tevredenheid met sociale rollen en activiteiten worden gemeten, omdat deze een effect hebben op de zorgbehoefte die iemand met psychische klachten heeft. Jan van Bebber wil de komende periode in de pilot onderzoeken of de nieuwe applicatie in de praktijk goed bruikbaar is en of het voor een huisarts of GGZ-medewerker goed interpreteerbare gegevens oplevert. Daarnaast zal de applicatie uitgebreid worden met modules voor traumatische ervaringen en verslavingsproblematiek.
[Lees meer over het symposium Preventieve GGZ]
[Lees hier de wetenschappelijke publicatie van Jan van Bebber over de ontwikkeling van deze slimme applicatie]

13 december 2016: RGOc symposium: Preventieve GGZ van vroeg tot later
Voorkomen is beter dan genezen, hoe zit dat in de GGZ? Kunnen we meer mensen helpen door preventie? Bespaart dat op de GGZ kosten? Wat doen we daarvoor binnen het RGOc? In dit symposium willen we enkele voorbeelden de revue laten passeren van ontwikkelingen van preventieve interventies. Tevens willen we met elkaar de discussie aangaan over de mogelijkheden en plaats van deze interventies binnen de praktijk. Uiteindelijk is het doel de zorg te verbeteren door implementatie van effectieve preventies. [Lees meer]
GZ-psychologen gezocht: Werkingsmechanismen van terugvalpreventie bij depressie: een fMRI-studie
In januari 2016 is vanuit het Universitair Medisch Centrum Groningen onder leiding van dr. Marie-José; van Tol het onderzoek: “Werkingsmechanismen van terugvalpreventie bij depressie: een fMRI-studie” gestart. Deze studie wordt uitgevoerd in samenwerking met prof. dr. Claudi Bockting (Universiteit Utrecht).
Mensen die hersteld zijn van een depressie, hebben 40 tot 60% kans om terug te vallen in een nieuwe depressieve episode. In eerder onderzoek is aangetoond dat mensen die preventieve cognitieve therapie hebben ondergaan, minder kans hebben om binnen vijf tot tien jaar een nieuwe depressieve episode door te maken.
Om de kwaliteit van de behandeling te garanderen wordt deelnemende therapeuten een cursus Preventieve Cognitieve Therapie aangeboden.

Lees hier hoe u als GZ-psycholoog mee kunt doen aan deze studie.
Zie ook www.depressiestudie.com | depressiestudie@umcg.nl | tel. 050-3632464

26-10-2016: PloS ONE: Victimisatie en Zelfstigma
Eind oktober 2016 verscheen in PLoS ONE het artikel van Ellen Horsselenberg, Jooske van Busschbach, André Aleman en Marieke Pijnenborg Self-Stigma and Its Relationship with Victimization, Psychotic Symptoms and Self-Esteem among People with Schizophrenia Spectrum Disorders. Psychotische symptomen en victimisatie dragen bij aan het ontwikkelen van zelfstigma bij mensen met een stoornis binnen psychose spectrum Bijna de helft van de mensen met een diagnose binnen het psychose spectrum ervaart zelfstigma. Hierdoor neemt het zelfvertrouwen af en mensen geven het op voor hen belangrijke doelen, zoals werk en vriendschappen, na te streven: het zogenaamde ‘why try’ effect.

Volledige samenvatting

Zelfstigma vormt dus een barrière voor herstel en rehabilitatie. Het onderzoek naar zelfstigma heeft zich tot voor kort vooral gericht op de bijdrage van psychologische factoren. Aandacht voor de rol van externe factoren was er nauwelijks, terwijl zelfstigma mogelijk ook voort komt uit het feit dat mensen in deze groep vaker geconfronteerd wordt met tegen hen gericht geweld. In dit onderzoek is juist gekeken naar de relatie tussen victimisatie, psychotische symptomen, zelfstigma en zelfvertrouwen bij mensen met een stoornis binnen het psychose spectrum.

Onderzoek en resultaat
Het onderzoek is uitgevoerd bij 102 mensen met een diagnose binnen het psychose spectrum. Onderzoeksdeelnemers waren afkomstig van twee studies naar inzicht (EMOZIE) en zelfstigma (REFLEX ) waarbij diverse zelfrapportage vragenlijsten en interviews zijn afgenomen. Voor de statistische analyses is gebruik gemaakt van Structural Equation Modeling (oftewel SEM). De resultaten suggereren dat psychotische symptomen en victimisatie bijdragen aan het ontwikkelen van zelfstigma wat leidt tot een afname van het zelfvertrouwen. Vooral voor mensen met positieve symptomen blijkt victimisatie een belangrijke factor te zijn in de ontwikkeling van zelfstigma.

Conclusie
Aangezien zelfstigma een zware last vormt voor mensen met een psychotische stoornis en zeer belemmerend werkt in het kader van herstel en rehabilitatie zijn interventies specifiek gericht op victimisatie en zelfstigma nodig. In dit kader loopt momenteel een grote RCT studie binnen meerdere GGZ instellingen, genaamd BEATVIC. In deze studie wordt een nieuw ontwikkelde lichaamsgerichte weerbaarheidstrainning met elementen uit het kickboksen onderzocht op effectiviteit bij mensen met een psychotische stoornis. Daarnaast is het voor clinici raadzaam om te screenen op ervaringen van victimisatie en zelfstigma en hier aandacht aan te besteden binnen de behandeling.

31-10-2016: Promotie Jojanneke Bruins "Metabolic risk in people with psychotic disorders. No mental health without physical health"
Op 31 oktober is Jojanneke Bruins gepromoveerd op haar proefschrift “Metabolic risk in people with psychotic disorders. No mental health without physical health”. Jojanneke onderzocht de samenhang tussen cannabisgebruik, BMI-waarden en psychotische klachten. Een opvallende bevinding was dat cannabisgebruikers een lagere BMI hebben dan niet-gebruikers, een geringere buikomvang en een lagere diastolische bloeddruk (het lage cijfer van een bloeddrukmeting), maar ook ernstiger psychotische klachten. Ze concludeert dat het routinematig monitoren van metabole risicofactoren alleen niet genoeg is, omdat dit niet automatisch leidt tot betere zorg.

Zie ook de aankondiging op de website van de RUG. Het proefschrift van Jojanneke Bruins is uitgebracht in de RGOc-reeks.

Stynke Castelein (Lentis) benoemd tot bijzonder hoogleraar aan de RUG
Dr. Stynke Castelein, senior onderzoeker bij Lentis, is benoemd tot bijzonder hoogleraar ‘Herstelbevordering bij ernstige psychische aandoeningen’ aan de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen, afdeling Klinische Psychologie en Experimentele Psychopathologie, van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG).

De leerstoel is ingesteld door Lentis en de RUG. Corstiaan Bruinsma, psychiater en lid Raad van Bestuur van Lentis, is erg blij met de leerstoel en de benoeming. “Stynke is een gedreven wetenschapper met veel kennis en ervaring. Ze wordt door ons, maar ook door wetenschappers in Nederland en daarbuiten bijzonder gewaardeerd om haar bijdrage aan het herstelonderzoek van mensen met ernstige psychische problemen.” Bruinsma zegt dat de leerstoel een belangrijke bijdrage kan leveren aan de wetenschappelijke kennis over herstel en de processen en factoren die daarbij een rol spelen. Ook de kennisoverdracht en de samenwerking tussen de universiteit en het veld worden door de leerstoel versterkt. [Lees meer]

Kijk ook naar het interview met Stynke Castelein en Corstiaan Bruinsma.

Oproep cliëntenparticipatie: meedenken over onderzoek naar herstel van depressie
In 2017 start het TRANS-ID herstel onderzoek, waarbij onderzocht wordt wat er verandert in het dagelijkse leven als mensen herstellen van depressieve klachten.
Om dit onderzoek goed op te zetten, zoeken we mensen die willen mee denken over:

  • wat verbetert als eerste als mensen herstellen van depressieve klachten?
  • welke dagelijkse vragen gaan we stellen tijdens het onderzoek?

Wie?: (ex)cliënten die depressieve klachten hebben of hebben gehad
Hoe?: Één op één gesprek met een onderzoeker van TRANS-ID herstel (evt. telefonisch)
Duur?: ongeveer 1 uur
Voor uw deelname ontvangt u een kleine vergoeding.
Aanmelden of meer informatie? Neem vóór 1 december contact op met Meike Bak of 050-3614181.
Wij hopen op uw deelname!

30 september 2016: Studiedag NNNSA: Diagnose-overstijgende voorspellers van behandelsucces bij stemmings- en angststoornissen
Op alweer de 4e studiedag van het Noord Nederlands Netwerk Stemmings-en Angststoornissen willen we als onderzoekers en behandelaars in discussie óver de grenzen van stoornissen heen.

Rond het uitkomen van de DSM5 ontstond opnieuw een verhitte discussie of de huidige diagnose-categorieën nog wel bruikbaar zijn. Heterogeniteit van deze categorieën bemoeilijkt zowel onderzoek naar als succesvolle behandeling, ook van stemmings-en angststoornissen. We kunnen verschillende factoren onderscheiden die voorkomen bij meerdere stoornissen, en van invloed kunnen zijn op behandelsucces. [Lees meer]

Oproep: cliëntenparticipatie
Het RGOc zoekt enthousiaste (ex-)cliënten die in een focusgroep willen meedenken over de toegevoegde waarde van dagboekmetingen in de klinische praktijk. Dagboekmetingen zijn korte vragenlijsten op de mobiele telefoon over klachten, stemming en activiteiten van dat moment. Hiermee hopen we meer inzicht te krijgen in wat klachten in stand houdt in het dagelijks leven en daarmee de behandeling effectiever in te kunnen zetten.

Wie: alle (ex-)cliënten zijn welkom.
Wanneer: donderdag 13 oktober 2016, van 16.00-18.00 uur.
Waar: UMCG, Triadegebouw (ingang 24), K 1.25.
Contact en aanmelding: Meike Bak, telefoon: 050-3614181.
Zie ook de flyer met alle informatie.

Oproep: cliëntenparticipatie in wetenschappelijk onderzoek
In het On The ROAD project wordt onderzoek gedaan naar de kwetsbaarheid voor psychose. Daarbij kijken we naar risicofactoren voor het ontstaan van een psychose of andere psychische aandoeningen. Maar er zijn natuurlijk ook factoren die bescherming kunnen bieden tegen het ontstaan van een psychose. Over deze factoren weten we nog erg weinig en juist deze beschermende factoren willen we gaan onderzoeken in de POWER studie. Voor het opzetten en uitvoeren van de POWER studie zijn we binnen het Netwerk Psychosen op zoek naar twee enthousiaste cliënten. Meer informatie vindt u hier.
RGOc jaarverslag 2015
Het RGOc jaarverslag 2015 is verschenen. Hierin vindt u een overzicht van het RGOc-onderzoek en de onderzoeksnetwerken rondom psychosen, stemmings- en angststoornissen, ouderenpsychiatrie en eHealth. In het jaarverslag is ook aandacht voor RoQua, doelmatigheid en het datawarehouse. Ook leest u over de stand van zaken met betrekking tot advisering en ondersteuning bij onderzoeksvragen vanuit de instellingen, over cliëntenparticipatie en over de RGOc Academie waar cursussen aangeboden worden rondom diverse diagnostische- en onderzoeksinstrumenten. In het verslag staat verder een overzicht van de wetenschappelijke publicaties in 2015.

U kunt ons jaarverslag hier downloaden. Wilt u het liever per post ontvangen? Dit kan via het contactformulier.

André Aleman vraagt uw hulp!
Drie jaar geleden ging de Apathiestudie van start in het NeuroImaging Centrum van het UMCG. Dit onderzoek richt zich op de neurale basis van negatieve symptomen bij psychose waarbij nieuwe experimentele behandelingen worden ingezet. In een interview vertelt André Aleman (hoogleraar cognitieve neuropsychiatrie en initiator van het project) meer over de resultaten tot nu toe. Bovendien doet hij een oproep aan behandelaren. Het onderzoek nadert de laatste fase en voor deze ‘eindsprint’ zijn dringend proefpersonen nodig. Patiënten met verschillende (zowel zwaardere als lichtere) vormen van apathie zijn welkom. Aanmelden kan via Leonie van Asperen (tel. 050-3616397). Meer informatie vindt u ook op de apathie website of bekijk de film over de Apathiestudie.
24 mei 2016: Nascholingsdag Ouderenpsychiatrie
De nascholingsdag Ouderenpsychiatrie op dinsdag 24 mei 2016 staat dit jaar in het teken van verslaving. Een actueel thema, het Dagblad van het Noorden besteedde er onlangs veel aandacht aan, met een interview met Roelof Risselada en Nicolette Veldhoen van VNN. Maar op de studiedag Ouderenpsychiatrie is er niet alleen aandacht voor alcohol, ook gezondheidsproblemen door het gebruik van andere middelen zoals benzodiazepinen en opioïden zullen de revue passeren.
Sprekers op de nascholingsdag zijn o.a. Gabriël Anthonio en Roelof Risselada (VNN), Jan Booij en Jan van Amsterdam (AMC), Jeroen Kok (Lentis), Rob Kok (Parnassia) en Jaap Nanninga en Annie van der Kooij (GGZ Centraal).
Meer informatie vindt u in het programma.
Aanmelden voor deze nascholing is niet meer mogelijk. De nascholingsdag is volgeboekt.
9-6-2016: Campagne Het is nooit te laat
De succesvolle voorlichtings- en beeldvormingscampagne “Het is nooit te laat” komt op donderdag 9 juni naar het UMCG. De campagne is gericht op het signaleren en normaliseren van psychoses en het creëren van een open dialoog over dit onderwerp. Verschillende media hebben aandacht besteed aan dit project. Vier inspirerende ervaringsdeskundigen geven presentaties en workshops door het hele land. Het UCP en Lentis heeft twee van hen uitgenodigd voor een interactieve bijeenkomst. Hier zal onder andere een film vertoond worden. Klik hier voor meer informatie. Iedereen die te maken heeft (gehad) met psychose is van harte uitgenodigd! Meldt u snel aan want er is een beperkt aantal plaatsen.

Aanmelden voor deze bijeenkomst is niet meer mogelijk.

Verschenen in Frontiers in Psychology: A Psychometric Evaluation of the Danish Version of the Theory of Mind Storybook for 8-14 Year-Old Children
In maart 2016 verscheen het artikel “A Psychometric Evaluation of the Danish Version of the Theory of Mind Storybook for 8-14 Year-Old Children” van o.a. Agna Bartels (RGOc) in Frontiers in Psychology.
In een grootschalige Deense studie van een cohort van 11-jarigen is gebruikgemaakt van de ToM-taak Freek, een test om sociale cognitie te meten bij 10- tot 13-jarige kinderen. Deze taak is in 2007 in het Universitair Medisch Centrum Groningen ontwikkeld door Agna Bartels-Velthuis (UMCG/RGOc) en Els Blijd-Hoogewys (Inter-Psy) voor het vervolgonderzoek na vijf jaar van een groep 7- en 8-jarige kinderen met en zonder auditieve hallucinaties. De Deense onderzoeksgroep (o.l.v. Pia Jeppesen, Child and Adolescent Psychiatric Center Glostrup en Faculty of Health Science, University of Copenhagen) heeft de Deense versie van deze ToM-taak samen met Els Blijd en Agna Bartels psychometrisch geëvalueerd. De resultaten van van dit onderzoek leest u hier.
Meike Bak aangesteld als aandachtsfunctionaris cliëntenraden
Het RGOc vindt het contact met de cliëntenraden erg belangrijk. Om deze contacten beter te kunnen onderhouden is Meike Bak eind 2015 aangesteld als aandachtsfunctionaris cliëntenraden. Wat haar functie inhoudt kunt u lezen in het interview met Meike Bak, dat in februari 2016 in de nieuwsbrief heeft gestaan.
Van onderzoek naar praktijk: de Nieuwe GGZ als translationeel project
Naar aanleiding van het boek ‘Goede GGZ!’ gaf Philippe Delespaul (hoogleraar zorginnovatie aan de Universiteit van Maastricht) op 1 februari 2016 een lezing in het UMCG over de toekomst van de geestelijke gezondheidszorg.

Bijna een kwart van de huidige uitgaven van ziekenhuizen gaan naar de GGZ; vergeleken met andere landen in Europa is dit veel. De GGZ in Nederland functioneert goed maar lijkt ondanks het ruime budget niet meteen een voorbeeld voor andere landen. Delespaul vindt dit opmerkelijk en ziet ruimte voor verbetering. Bovendien ziet hij geestelijke gezondheid als een gezamenlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid. Door de hele samenleving heen veroorzaken psychische problemen bij veel mensen nog altijd een ernstige vermindering van levenskwaliteit. Dit gegeven tezamen met de relatief hoge investeringen zou volgens Delespaul een ambitie moeten aanwakkeren om de GGZ verder te verbeteren.

Ten eerste noemt hij veelvoorkomende problemen in de diagnosestelling. Dit is te vaak een academische discussie met weinig waarde voor de aansluitende behandeling. Om deze waarde te vergroten zal de focus meer liggen op het veranderen van symptomen in de tijd. Hierdoor krijgt men meer zicht op kwetsbaarheden en triggers waarna de weerbaarheid kan worden vergroot. Delespaul is van mening dat de diagnose te vaak een groot deel van de identiteit van de patiënt bepaalt. Hij pleit daarom voor ‘marginalisering van de ziekte in het leven van de patiënt’. Ook noemt hij de motivatie een essentieel onderdeel van de behandeling. Begrijpelijke communicatie die aansluit bij het referentiekader van de patiënt zorgt ervoor dat deze motivatie vorm kan krijgen.

Delespaul wijst op het belang van een zorgmodel dat door heel Nederland heen lokaal ontwikkeld en uitgevoerd kan worden. Hierbij is de zorg voor iedereen eenvoudig bereikbaar, bijvoorbeeld door implementatie van e-Health. De patiënt staat hierbij centraal en wordt gezien als een autonoom individu. Tegelijkertijd wordt er multidisciplinair samengewerkt tussen patiënten, betrokkenen en professionals. Deze samenwerking zal het beste tot stand komen door onderlinge herkenbaarheid en kleinschaligheid. De focus ligt op drie dimensies van herstel: herstel van symptomatologie, herstel van maatschappelijke participatie en persoonlijk herstel. Delespaul legt nadruk op het feit dat deze dimensies elkaar onderling (positief) kunnen beïnvloeden. De zorg richt zich daarom synchroon op deze drie dimensies waarbij de context niet uit het oog wordt verloren. Na de lezing was er plaats voor discussie. Het verhaal van Philippe Delespaul werkte voor een deel aanstekelijk en zorgde voor herkenning binnen het werkveld. Aan de andere kant was niet iedereen het direct en volledig met hem eens. De emancipatie van de patiënt lijkt al een zekere ontwikkeling te hebben doorgemaakt en veel clinici werken al herstelgericht in plaats van symptoomgericht. Er is al veel deskundigheid maar wellicht kan deze op een efficiëntere manier worden ingedeeld zodat verschillende partijen van elkaar kunnen leren. Het boek is geschreven ter inspiratie en om de vrijheid te herwinnen zodat er een open discussie op gang kan komen over de toekomst van de GGZ. Het ligt sinds 2 februari bij de boekhandel.

4-2-2016: Promotie Koen Hogenelst: Serotonin manipulations and social behavior. Studies in individuals at familial risk for depression
Op 4 februari 2016 promoveert Koen Hogenelst op zijn proefschrift “Serotonin manipulations and social behavior. Studies in individuals at familial risk for depression”. Hij concludeert in zijn proefschrift dat veranderingen in de beschikbaarheid van serotonine in de hersenen kunnen leiden tot veranderingen in sociaal gedrag. Interacties met anderen beïnvloeden onze stemming, en andersom. Mensen met een stemmingsstoornis zoals depressie ondervinden dan ook vaak problemen in hun sociale relaties. Gedacht wordt dat depressie samenhangt met een verminderde beschikbaarheid van serotonine, een signaalstof in de hersenen die de verwerking van sociale en emotionele informatie mogelijk maakt. Een verminderde beschikbaarheid van serotonine zou dus ook een ongunstige invloed kunnen hebben op sociaal gedrag en stemming tijdens de omgang met anderen.

Hogenelst en collega’s lieten echter zien dat een tijdelijke verlaging van serotonine (gedurende enkele uren) weinig effecten heeft op stemming of sociaal gedrag zoals gemeten in een lab. De resultaten waren vergelijkbaar in onderzoeksdeelnemers met en zonder verhoogd risico op depressie.

In een tweede studie verhoogden de onderzoekers juist de serotonine-beschikbaarheid bij mensen met een verhoogd risico op depressie, en over meerdere dagen. Ze onderzochten de effecten op stemming en sociaal gedrag in het dagelijks leven. Zoals verwacht verbeterde de stemming. Onverwacht werden de deelnemers echter tegelijkertijd minder vriendelijk. Dit gebeurde specifiek tijdens gesprekken thuis. Mogelijk kwamen de deelnemers onder invloed van de verhoogde beschikbaarheid van serotonine meer voor zichzelf op. Dit sluit aan bij het idee dat mensen die neigen tot depressie weinig grip op hun sociale leven ervaren. Aangezien de meeste medicijnen die voorgeschreven worden bij depressie de serotonine-beschikbaarheid beogen te verhogen, is een belangrijke vervolgvraag hoe het sociaal gedrag van depressieve mensen door deze medicijnen wordt beïnvloed.

Zie ook de aankondiging op de website van de RUG.

Behandelaren gezocht: Werkingsmechanismen van terugvalpreventie bij depressie: een fMRI-studie
In januari 2016 start vanuit het Universitair Medisch Centrum Groningen een nieuw onderzoek onder leiding van dr. Marie-José van Tol: “Werkingsmechanismen van terugvalpreventie bij depressie: een fMRI-studie”. Deze studie wordt uitgevoerd in samenwerking met prof. dr. Claudi Bockting (Universiteit Utrecht).

In deze studie wordt onderzocht hoe preventieve cognitieve therapie het functioneren van de hersenen en informatieverwerking beïnvloedt en hoe dit kan bijdragen aan het voorkomen van een nieuwe depressie. Voor dit onderzoek zijn we op zoek naar therapeuten (bij voorkeur met VGCT-aantekening en BIG-registratie) die graag preventieve cognitieve therapie zouden willen geven aan de onderzoeksdeelnemers, en zo bij willen dragen aan de kennis over de neurocognitieve werkingsmechanismen van preventieve cognitieve therapie. [Lees meer]

1 december 2015: RGOc symposium: E-mental health: nieuwe ontwikkelingen in onderzoek en praktijk binnen het RGOc
Op dinsdag 1 december 2015 vindt het jaarlijkse RGOc symposium plaats. Het onderwerp is “E-mental health: nieuwe ontwikkelingen in onderzoek en praktijk”. Het e-health netwerk van het RGOc bestaat nu ongeveer twee jaar en het zal zich in dit RGOc symposium voluit presenteren. Naast de RGOc instellingen participeren ook de hogescholen Windesheim, Hanzehogeschool en de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden in dit netwerk. Ook het Zorg Innovatie Forum (ZIF), een netwerk organisatie voor zorginnovatie in het Noorden, doet actief mee.

Het doel van het symposium is om een overzicht te geven van e-health onderzoek en van e-health activiteiten in de RGOc instellingen. Dit laatste gaan we doen met twee rondes van rapid-fire presentaties van alle participanten van het e-health netwerk. Hier vindt u meer informatie over het programma, de accreditatie en de presentaties.

Videoverslag debat 'Schizofrenie exit, of niet/en nu?'
In de psychiatrie en andere vormen van geestelijke gezondheidszorg is veel discussie over schizofrenie. Er zijn experts die beweren dat schizofrenie niet bestaat en er zijn deskundigen die het hier hartgrondig mee oneens zijn. Daarom hebben het Universitair Centrum Psychiatrie van het UMCG en Lentis Volwassenenpsychiatrie op 27 oktober 2015 het maatschappelijk debat ‘Schizofrenie exit, of niet / en nu?’ georganiseerd. Aan bod kwam de betekenis van dit vraagstuk voor medewerkers in de geestelijke gezondheidszorg en daarnaast werd gesproken over welke benadering het meest in het belang van de patiënt is.
Het debat werd gevoerd door:

Het videoverslag van het debat kunt u hier bekijken.
Lees ook het interview met Wim Veling op UMCG Kennisinzicht.

Begeleide lotgenotengroep voor psychosegevoeligheid: erkenning als interventie voor de langdurige ggz
In mei 2015 is de ‘Begeleide lotgenotengroep voor mensen met een psychosegevoeligheid’ erkend als goed onderbouwde interventie door de Erkenningscommissie interventies voor de langdurige ggz. Een onafhankelijke commissie van deskundigen uit wetenschap, praktijk en beleid beoordeelde de interventie. Doel van de erkenning is bij te dragen aan de kwaliteitsverbetering door een overzicht te bieden van bestaande interventies én het gebruik van effectieve interventies te stimuleren.

Stynke Castelein (Lentis Research/RGOc) en Pieter Jan Mulder (UCP, UMCG) hebben samen de methodiek ontwikkeld: “We hopen dat deze erkenning ertoe leidt dat de interventie hulpverleners stimuleert om lotgenotengroepen op te zetten voor mensen met een psychosegevoeligheid. Hoewel het al in de Richtlijn Schizofrenie staat, zijn de groepen naar onze mening nog te weinig geïmplementeerd in de zorg.”

Het doel van de lotgenotengroep is het verbeteren van kwaliteit van leven, sociale netwerken, sociale steun en empowerment door het delen van ervaringen met andere lotgenoten. Lotgenotencontact is voor veel mensen in het algemeen een bron van herkenning, erkenning, steun en informatie.
Stynke Castelein en Pieter Jan Mulder zijn de auteurs van het ‘Draaiboek voor het begeleiden van een lotgenotengroep voor mensen met een psychosegevoeligheid. Een verpleegkundige interventie’, dat verschenen is in de RGOc-reeks.

De interventie wordt opgenomen in de Databank Erkende Interventies op de website van het Trimbos-instituut.

19 mei 2015: Nascholingsdag Ouderenpsychiatrie: Nooit te oud om te leren! Over psychotherapie bij ouderen met én zonder cognitieve stoornissen
Op 19 mei 2015 organiseert het RGOc weer een nascholing ouderenpsychiatrie: “Nooit te oud om te leren! Over psychotherapie bij ouderen met én zonder cognitieve stoornissen”. Op deze dag zullen prof. Patricia Arean (Department of Psychiatry and Behavioral Sciences, University of Washington) en prof.dr. Pim Cuijpers (Vrije Universiteit) spreken over psychotherapie bij ouderen. Hoe effectief is psychotherapie bij ouderen, en hoe kunnen we onze therapieën aanpassen in geval van cognitieve beperkingen? Deze en andere vragen staan centraal op de nascholingsdag in Het Kasteel te Groningen. Meer informatie vindt u in het programma.

De kosten voor deze dag bedragen 100 euro. Deze nascholing is met 5 punten geaccrediteerd door het Accreditatie Bureau Cluster 1 (o.a. voor huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde), de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) en het Accreditatiebureau Verpleegkundig Specialisten Register. De Federatie Gezondheidszorgpsychologen en psychotherapeuten (FGzPt) heeft de nascholing geaccrediteerd met 4 punten.

Aanmelden is niet meer mogelijk.

Subsidie voor ontwikkeling generieke zorgstandaard 'Gebruik van psychofarmaca'
Het Psychofarmaca Expert Platform Nederland (PEPNed) en het Monitoring Outcomes of Psychiatric Pharmacotherapy in the Assen Region project (MOPHAR) gaan in april 2015 starten met de ontwikkeling van een generieke zorgstandaard voor het gebruik van psychofarmaca. Voor dit project, dat 2,5 jaar duurt, heeft ‘Kwaliteitsontwikkeling GGz’ een subsidie toegekend van €299.000,-.

Het ontbreekt momenteel aan één generieke zorgstandaard voor het gebruik van psychofarmaca. Er zijn wisselende aanbevelingen over het monitoren van bijwerkingen en deze zijn beperkt geïmplementeerd in de praktijk. Bovendien is er geen consensus over hoe uitgebreid de screening moet zijn, hoe de behandeling van de bijwerkingen eruit moet zien, hoe op deze te (blijven) controleren en hoe deze te voorkomen.

Ondanks een consensusdocument om bijwerkingen door antipsychotica te meten en aanbevelingen in diverse stoornis-specifieke multidisciplinaire richtlijnen (o.a. bipolaire stoornissen, schizofrenie) ontbreekt het momenteel aan één generieke zorgstandaard voor het gebruik van psychofarmaca. Verschillende richtlijnen/consensusdocumenten doen wisselende aanbevelingen over het monitoren van bijwerkingen en deze aanbevelingen zijn beperkt geïmplementeerd in de praktijk. Bovendien is er geen consensus over hoe uitgebreid de screening moet zijn, hoe de behandeling van de bijwerkingen eruit moet zien, hoe op deze te (blijven) controleren en hoe deze te voorkomen. Om dit vast te leggen gaan we werkgroepen formeren met daarin ten minste een patiëntvertegenwoordiger, verpleegkundig specialist, apotheker, huisarts, internist, en verschillende psychiaters.

De generieke zorgstandaard zal gaan over vijf groepen psychofarmaca: antidepressiva, antipsychotica, benzodiazepines, lithium, en stemmingsstabilisatoren. Over deze vijf groepen zal de generieke zorgstandaard aanbevelingen geven voor de detectie, behandeling, monitoring en preventie van bijwerkingen door psychofarmaca. Deze zullen helder geformuleerd zijn, als praktische antwoorden. Bijvoorbeeld; Hoe kunnen behandelaar en patiënt lichamelijke neveneffecten (vroegtijdig) herkennen? Welke onderzoeksmeetinstrumenten zijn geschikt? Wat zijn specifieke en concrete behandelopties?

PEPNed & MOPHAR
Het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU); de Universiteit van Maastricht(UM) en GGz Centraal, hebben hun ervaring op het gestandaardiseerd meten en behandelen gebundeld en hebben hun klinische ervaring geïntegreerd in wetenschappelijk onderzoek. Dit heeft in 2013, vanuit een innovatieproject van Innova, geleid tot het oprichten van het Psychofarmaca Expert Platform Nederland (PEPNed). Dit platform fungeert als kenniscentrum psychofarmaca voor behandelaren en heeft een eigen website: www.PEPNed.nl. PEPNed wil bij behandelaren de kennis over bijwerkingen door psychofarmaca vergroten o.a. door middel van deze Generieke Zorgstandaard ‘Gebruik van Psychofarmaca’ Daarnaast wil PEPNed zorgprofessionals informeren over en trainen in detectie, behandeling, en preventie van bijwerkingen door psychofarmaca.
Het MOPHAR (Monitoring Outcomes of Psychiatric Pharmacotherapy in the Assen Region) project is een samenwerking tussen het Universitair Centrum Psychiatrie (UCP) van het UMC Groningen (UMCG), het Wilhelmina Ziekenhuis Assen (WZA) en GGZ Drenthe, gericht op het systematisch verkrijgen en routinematig ter beschikking stellen van relevante somatische en farmacologische gegevens voorafgaand en gedurende de behandeling, met als doel de patiëntveiligheid te vergroten en lichamelijke neveneffecten/interacties/complicaties te voorkomen. Koppeling van de verzamelde gegevens maakt het bovendien mogelijk onderzoek uit te voeren naar de gewenste effecten en ongewenste bijwerkingen van behandelingen. MOPHAR is onderdeel van een groter Noord Nederlands initiatief voor samenwerking in de GGZ: het Noord Nederlands Netwerk voor Stemmings- en Angststoornissen (NNNSA).
Beide groepen beogen vergelijkbare verbetering van de zorg voor patiënten die psychofarmaca gebruiken en werken daarom samen in de ontwikkeling van de generieke Zorgstandaard ‘Gebruik van Psychofarmaca’.

14-1-2015: Promotie Jorien van der Velde: Looking on the bright side. The neural basis of emotion processing and regulation in groups at increased risk for psychosis
Op woensdag 14 januari promoveert Jorien van der Velde op haar proefschrift “Looking on the bright side. The neural basis of emotion processing and regulation in groups at increased risk for psychosis”. Jorien onderzocht emotieverwerking bij mensen met risico op psychose. Uit haar onderzoek bleek dat mensen met een hoger risico op het krijgen van een psychose vaker problemen hebben met emotieverwerking en -regulatie. Deze problemen zijn niet alleen een gevolg van, maar spelen mogelijk ook een rol bij het ontstaan van psychoses, concludeert Jorien van der Velde. Om te onderzoeken of mensen met een verhoogd risico op het krijgen van een psychose, net als patiënten met schizofrenie, moeilijkheden ervaren met het verwerken en reguleren van emoties onderzocht ze de neurale processen die zich afspelen tijdens emotieverwerking en -regulatie in het brein. Een samenvatting van het proefschrift van Jorien van Velde vindt u hier.
27-1-2015: Lectorinstallatie Charlotte de Heer
Op dinsdag 27 januari wordt Charlotte de Heer geïnstalleerd als lector bij het Lectoraat Rehabilitatie van de Hanzehogeschool te Groningen, waar zij zich bezig houdt met onderzoek naar ambulantisering en innovaties in de langdurende zorg. Daarnaast is zij als docent actief in de Master Rehabilitation Counselor en is zij betrokken bij de ontwikkeling van de master Healthy Ageing Professional. Vooraf aan de installatie kunt u het symposium “Maatschappelijke participatie: een kwestie van perspectief” bijwonen. Voor meer informatie zie de folder.
Aanmelden is niet meer mogelijk.
29-01-2015: Tweede PHAMOUS Symposium: "Beter meten, beter zorgen"
Op 29 januari 2015 wordt voor de tweede keer het PHAMOUS symposium gehouden, voor iedereen die bij het PHAMOUS onderzoek betrokken is of hierin is geïnteresseerd. De sprekers zijn alle PHAMOUS behandelaren en/of onderzoekers, en zij laten zien dat routine outcome monitoring (ROM) niet alleen zeer bruikbaar is in het zorgproces van patiënten met een psychose, maar dat de ontstane database vele mogelijkheden biedt voor onderzoekers. Het symposium is van 13.30-17.00 uur in De Nieuwe Buitensociëteit in Zwolle. Het programma vindt u hier.

Het Accreditatiebureau Verpleegkundig Specialisten Register heeft dit symposium geaccrediteerd met drie punten voor verpleegkundig specialisten in de geestelijke gezondheidszorg en de specialismen chronische en intensieve zorg bij somatische aandoeningen. Ook de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) heeft drie punten toegekend.

12 en 13-3-2015: Negende tweedaagse nascholing Psychosen
Op 12 en 13 maart 2015 werd voor de negende keer de tweedaagse nascholing Psychosen gehouden. Een van de thema’s die in deze keer aan de orde kwamen is apathie, waarbij we naast prof.dr. André Aleman ook dr. George Foussias (Centre for Addiction and Mental Health and Institute of Medical Science at the University of Toronto) bereid hebben gevonden zijn licht over dit onderwerp te laten schijnen. Andere thema’s waren nieuwe farmacologische behandelingen en bedrijfskundige aspecten van ggz-zorg. De vrijdag stond in het teken van trauma en psychose en herstelgericht werken. Het programma werd af en toe onderbroken voor elevator pitches over recent noordelijk onderzoek. Het gehele programma vindt u hier.

Deze nascholing is met 12 punten geaccrediteerd door de Federatie Gezondheidszorgpsychologen en Psychotherapeuten (FGzPt), de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) en het Accreditatiebureau Verpleegkundig Specialisten Register.

2-12-2014: Symposium "Doelmatigheidsonderzoek in de GGZ: Pitfalls and possibilities"
Op dinsdag 2 december 2014 wordt het RGOc symposium “Doelmatigheidsonderzoek in de GGZ: Pitfalls and possibilities” gehouden in zaal De Kimme, Lentis, Zuidlaren.
“Nederland verandert en de GGZ verandert mee…”
Bestuurders onderhandelen met wethouders, zorgverzekeraars buigen zich over richtlijnen en onderzoekers werpen zich op doelmatigheid. De GGZ zal meer dan ooit duidelijk moeten maken wat goede zorg oplevert voor de patiënt en voor de maatschappij. Anders zullen beleidsmaatregelen zich vooral richten op de kosten en niet op de baten. Goed opgezet doelmatigheidsonderzoek kan helpen om dit proces bij te sturen.

Dit symposium is met drie punten geaccrediteerd door het Accreditatiebureau Verpleegkundig Specialisten Register, het Accreditatiebureau FGzPt en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP).
U kunt de presentaties hier bekijken.

Verschenen in Schizophrenia Research: Improving functional outcomes for schizophrenia patients in the Netherlands using Cognitive Adaptation Training as a nursing intervention - A pilot study
Cognitieve functiestoornissen en negatieve symptomen vormen een grote belemmering voor het dagelijkse functioneren van patiënten met schizofrenie en verwante psychosen. Piotr Quee, Annemarie Stiekema e.a. deden onderzoek naar de inzet van Cognitieve Adaptatie Training (CAT) bij patiënten van het UCP en Lentis Langdurige Rehabilitatie. De resultaten zijn veelbelovend en onlangs gepubliceerd in het tijdschrift Schizophrenia Research.
Dr. Peter Moleman penning 2014 uitgereikt aan dr. L. Wunderink
Op 9 oktober 2014 is de dr. Peter Moleman penning uitgereikt aan dr. L. Wunderink, afdelingshoofd GGZ Friesland, A-opleider psychiatrie en onderzoeker bij het UMCG. Wunderink ontving de onderscheiding voor zijn artikel “Recovery in Remitted First-Episode Psychosis at 7 Years of Follow-up of an Early Dose Reduction/Discontinuation or Maintenance Treatment Strategy – Long-term Follow-up of a 2-Year Randomized Clinical Trial” dat in september 2013 is gepubliceerd in JAMA Psychiatry.

In het artikel van Wunderink wordt het functioneel herstel en het risico op een relapse vergeleken bij patiënten na een eerste psychose die ofwel begeleid stopten met de medicatie ofwel onderhoudstherapie ontvingen. Na een follow-up van 7 jaar bleek dat er geen verschil was in het risico op een relapse maar dat het functioneel herstel in de begeleid stoppen groep beter was.

In het juryrapport noemde de jury het “methodologisch uniek dat een analyse mogelijk was met een follow-up van 7 jaar”. Daarmee is het zoveel langer dan andere analyses die een gemiddelde follow-up van 16,5 maanden hadden dat “het onderzoek van Lex Wunderink op dit moment nog onvergelijkbaar is met ander onderzoek”.
Ook op innovatief vlak scoorde het artikel hoog. “…het eindpunt functioneel herstel is nog niet eerder gerapporteerd in onderzoek naar het staken van antipsychotica. Zeker op de lange termijn is functioneel herstel belangrijker dan de ernst van de symptomatologie. Door het onderzoek van Lex Wunderink lijkt het waarschijnlijk dat ook andere onderzoeksgroepen in de toekomst gebruik gaan maken van dit innovatieve eindpunt.”

Tot slot roemde de jury de praktische toepasbaarheid van het artikel: “Wellicht geeft het continu doseren van antipsychotica na een eerste episode psychose niet de beste resultaten en moet o.a. worden nagedacht over andere doseerschema’s. Replicatie van deze resultaten zijn zeer gewenst en het lijkt erop dat andere grote onderzoeksgroepen deze handschoen ook daadwerkelijk oppakken.”

23-10-2014: Symposium "Back to the Future"
Op donderdag 23 oktober 2014 organiseerde de afdeling Psychosen van het Universitair Centrum Psychiatrie (UMCG), samen met de Provinciale Programmagroep Psychotische stoornissen Groningen (PPP) en Lentis het symposium “Back to the Future”. Dit symposium is met 5 punten geaccrediteerd door de Registratiecommissie Specialismen Verpleegkunde en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. De Federatie Gezondheidszorgpsychologen en Psychotherapeuten heeft drie punten toegekend. [Lees meer]
30-10-2014: Symposium Lentis Research "Onderzoek voor zorg en Zorg voor onderzoek, Vernieuwing is vooruitgang?!"
Hoe kunnen we loskomen van het denken in etiketten en de zorg beter laten aansluiten bij de klacht van de patiënt? Steeds meer onderzoek laat zien dat DSM classificaties weinig helpend zijn in de zorg en de patiënt herkent zich er meestal niet in. Het kan anders, het kan beter, zoals zal blijken uit lezingen van o.a. prof.dr. Mark van der Gaag (VU Amsterdam) en prof.dr. Petrie Roodbol (UMCG). Tijdens het middagprogramma is er veel aandacht voor zorginnovatie en onderzoek, met een breed palet aan posterpresentaties, elevator pitches en workshops.

Het symposium vindt plaats in Theater de Kimme in Zuidlaren en start om 9.30 uur, inschrijving vanaf 9.00 uur. De folder met het uitgebreide programma vindt u hier. U kunt zich vanaf begin augustus aanmelden via de website van Lentis.

Verschenen in Nature: Biological insights from 108 schizophrenia-associated genetic loci
Op 24 juli 2014 verscheen in het vooraanstaande wetenschappelijke tijdschrift Nature het artikel Biological insights from 108 schizophrenia-associated genetic loci van de Schizophrenia Working Group of the Psychiatric Genomics Consortium, een in 2007 opgericht internationaal multi-institutioneel samenwerkingsverband met als doel genetisch onderzoek te doen op het gebied van psychiatrische stoornissen. Een van de leden van dit consortium is dr. Richard Bruggeman, die samen met de hoofdonderzoekers van de GROUP studie aan dit onderzoek heeft meegewerkt. Het consortium heeft in deze studie 108 locaties in het menselijk genoom kunnen identificeren die geassocieerd worden met het risico op het ontwikkelen van schizofrenie. Meer over deze studie kunt u lezen op o.a. de websites van Anoiksis en de Harvard Gazette.
Differential stigmatizing attitudes of healthcare professionals towards psychiatry and patients with mental health problems: something to worry about? A pilot study
Stigmatisering is een groot probleem in de psychiatrie. Ook hulpverleners in de ggz hebben niet noodzakelijkerwijs een positieve attitude ten opzichte van de psychiatrie en mensen met een psychiatrische aandoening. Laura Gras, Marte Swart e.a. deden onderzoek naar de attitude van hulpverleners in de geestelijke gezondheidszorg, de MICA studie. De resultaten van het onderzoek werden onlangs gepubliceerd in het tijdschrift Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology. Het artikel kunt u hier lezen.
Good clinical practice en medisch-ethische toetsing: handvatten voor(beginnend) onderzoekers in de ggz
In dit artikel in het Tijdschrift voor Psychiatrie (augustus 2014) van Stynke Castelein, Susanne de Kort, Andrea van der Moolen e.a. wordt een op de praktijkbehoefte gebaseerd overzicht van praktische handvatten en ethische overwegingen gegeven. In de geestelijke gezondheidszorg wordt in toenemende mate wetenschappelijk onderzoek gedaan, vooral in het kader van opleidingen. Er is onbekendheid met de regelgeving en ethiek bij beginnend onderzoekers. Zorgvuldige overwegingen – conform de richtlijnen voor good clinical practice (gcp) en medisch-ethische toetsing, worden daardoor lang niet altijd gemaakt. Dit artikel benadrukt dat onderzoekers reeds vóór de start van het onderzoek belangrijke afwegingen dienen te maken. Instructies daarvoor en richtlijnen worden besproken en daarnaast worden praktische tips gegeven, geïllustreerd met voorbeelden, schetsen een kader om het medisch-ethisch denken te stimuleren. De auteurs pleiten ervoor om de organisatorische inbedding van onderzoek in het kader van opleidingen te verbeteren.

Stynke Castelein is senior onderzoeker bij Lentis Research/RGOc en een van de docenten van de “Eerste Hulp bij Onderzoek” cursus.

10-9-2014: Promotie Marrit de Boer
Op 10 september 2014 om 16.15 uur verdedigt Marrit de Boer haar proefschrift “Antipsychotic treatment and sexual functioning: from mechanisms to clinical practice” in het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen.
Voorafgaand aan de plechtigheid is een minisymposium georganiseerd in het UMCG Onderwijscentrum, getiteld “Meer dan seks…” Het symposium laat internationaal vermaarde onderzoekers aan het woord rond seksualiteit, plezier, klinische farmacologie en neurobiologie. Dit alles raakvlakken hebbende met het onderwerp van het proefschrift.

Plaats en tijd: Lokaal 16, Onderwijscentrum UMCG, 13.00-15.30 uur. Sprekers: Mw. drs. M.K. de Boer, psychiater, Universitair Centrum Psychiatrie, UMCG; Dr. J.R. Georgiadis, docent afdeling Neurowetenschappen/sectie Anatomie, UMCG; Prof. M.L. Kringelbach, University of Oxford.

Jaarverslag 2013
Het RGOc jaarverslag 2013 is verschenen! In het jaarverslag 2013 vindt u een overzicht van het RGOc-onderzoek binnen de onderzoekslijnen psychosen, stemmings- en angststoornissen en ouderenpsychiatrie, en het onderzoek m.b.t. e-health, doelmatigheid en het datawarehouse. U leest er over de stand van zaken m.b.t. het consultatieloket voor advisering en ondersteuning bij onderzoeksvragen, en ons trainingscentrum – de RGOc Academie – waar cursussen aangeboden worden voor diverse diagnostische of onderzoeksinstrumenten. In het jaarverslag staat verder een overzicht van het lopend onderzoek en de publicaties.

Indien u graag een exemplaar van het jaarverslag toegestuurd wilt krijgen kunt u contact opnemen met het secretariaat, via dit formulier of telefonisch via 050-3612079. De pdf-versie kunt u hier downloaden.

VENI-beurzen Hanneke Wigman en Marie-José van Tol
Hanneke Wigman en Marie-José van Tol, senior onderzoekers bij het UMCG en RGOc, hebben een VENI beurs gekregen.
Hanneke Wigman (UCP) kreeg de VENI voor haar onderzoek naar vroegdetectie van psychosen en andere psychiatrische stoornissen bij jongeren van 15-35 jaar oud. Het onderzoek wordt uitgevoerd bij de RGOc– instellingen GGZ Friesland, het UMCG (UCP en Accare), Lentis, Dimence, Mediant en GGZ Drenthe. Marie-José van Tol (NeuroImaging Center UMCG/RUG) kreeg de VENI-beurs voor haar onderzoek naar depressie en preventieve cognitieve therapie.
Lees meer
27 juni 2014: Promotie Ando Emerencia "Computing a second opinion: Automated reasoning and statistical inference applied to medical data"
Op 27 juni 2014 promoveert Ando Emerencia op zijn proefschrift “Computing a second opinion: Automated reasoning and statistical inference applied to medical data” Voor zijn promotieonderzoek werkte Ando Emerencia samen met Lian van der Krieke aan het WEGWEIS project. Het onderzoek van Emerencia richtte zich op de opslag en verwerking van grote hoeveelheden medische data. Hij stelt in zijn proefschrift de vraag welke zorgonderdelen waarin kennis wordt gedeeld, te automatiseren zijn en hoe deze automatisering te bewerkstelligen is. Het werk richt zich op het automatiseren van twee aspecten van zorg die traditioneel gezien menselijke supervisie vereisen. Namelijk het genereren van persoonlijk advies voor schizofreniepatiënten en het vinden van het beste vectorautoregressiemodel voor digitale patiëntendagboeken. Voor beide doelen werd in het onderzoek een aantal belangrijke stappen gezet. Zo is aangetoond dat het geven van advies aan schizofreniepatiënten, een taak die voorzichtigheid en nauwkeurigheid vereist, zeer goed te automatiseren is. Dat geldt ook voor het vinden van het optimale vectorautoregressiemodel (een succesvolle analysemethode uit de econometrie) voor digitale patiëntendagboeken.

Lees meer over het onderzoek van Ando Emerencia op de website van de RUG.

New: Manual for Facilitating A Peer Support Group. A nursing intervention
Medical treatment is the central pillar for many chronic severe physical and psychiatric disorders. However, despite treatment, patients experience somatic, psychological or lasting social problems. Next to medical interventions, support groups can have important added value for the incorporation of chronic problems within the lives of these patients. This manual is intended for nurses who wish to start and facilitate a peer support group for people with schizophrenia and related psychotic disorders. It includes the research findings of the doctorate thesis entitled ‘Guided peer support groups for psychosis: A randomized controlled trial’ (2009) by Stynke Castelein. Alongside the preconditions for implementation and the role of the facilitator, in this manual you will also find a DVD with example sessions and an interview. The DVD is a useful tool to use when starting a peer support group and is also used for training facilitators.
More…
27-5-2014: Nascholingsmiddag Ouderenpsychiatrie RGOc: Andere psychiatrische zorg voor kwetsbare ouderen?
Ouderen zijn kwetsbaar door verlies van lichamelijke, cognitieve en vaak ook psychosociale reserves. De invloed van deze kwetsbaarheid, ook wel frailty genoemd, op de psychiatrische behandelingen is nauwelijks bekend. Zijn behandelingen in deze groep even effectief als in andere groepen? Speelt frailty een rol bij triage naar eerstelijns, basis of specialistische GGZ voor ouderen? Deze vragen staan centraal op de eerste nascholingsmiddag van het Netwerk Ouderenpsychiatrie van het RGOc. Op het programma staan een lezing van prof.dr. Joris Slaets, elevator pitches van onderzoekers in de ouderenpsychiatrie en een workshop van dr. Roeloef Risselada en prof.dr. Richard Oude Voshaar. Meer informatie vindt u in de folder.

Deze nascholing is met drie punten geaccrediteerd door de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP), de Federatie Gezondheidszorgpsychologen (FGzP) en het Accreditatiebureau Verpleegkundig Specialisten Register en door Accreditatie Bureau Cluster 1 (o.a. voor huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde).

5 maart 2014: Promotie Lian van der Krieke "Patients in the driver's seat: a role for e-mental health?"
Op 5 maart is Lian van der Krieke cum laude gepromoveerd op haar proefschrift “Patients in the driver’s seat: a role for e-mental health?” Lian onderzocht de bestaande e-mental healthinterventies en was betrokken bij de ontwikkeling en evaluatie van een gepersonaliseerd, web-based adviessysteem. E-mental health was tot nu toe een nog onderontwikkeld gebied in de psychosenzorg. De hoofdvraag van dit proefschrift was of e-mental health een rol kan spelen in het versterken van de eigen regie van patiënten. Het antwoord is: ja, dat kan, maar het omgekeerde is ook mogelijk. Deze contradictie komt naar voren in het meest recente buzzword seamless care, waarvan wordt gezegd dat het ‘overal en altijd’ is. Deze vorm van zorg impliceert dat zorggebruikers 24/7 toegang hebben tot zorg en zichzelf met allerlei slimme apparaatjes continu kunnen monitoren en managen. Maar het kan ook impliceren dat zorggebruikers zichzelf onderwerpen aan een medisch regime waarin gezondheid meer wordt gewaardeerd dan alle andere waarden in het leven. Zo bezien brengt e-mental health zorg dichterbij mensen, maar het zou mensen daarmee ook tot permanente patiënten kunnen maken.

Zie ook de aankondiging op de website van de RUG. Het proefschrift van Lian van der Krieke uitgebracht in de RGOc-reeks.

24-1-2014: Studiedag Noord Nederlands Netwerk Stemmings- en Angststoornissen
Net als vorig jaar is er ook in 2014 weer een studiedag in het Groninger Museum georganiseerd. ’s Ochtends waren er lezingen met als thema ‘Netwerken in de zorg’ door Teus van Laar van ParkinsonNet en Ronald Luijk van Zorgverzekeraars Nederland, gevolgd door drie parallel discussies over Zorgpaden & Innovatie voor resp. unipolaire en bipolaire depressie en angststoornissen. ’s Middags waren er twee parallelle workshops van Prof. Michael Vonkorff en Sir David Goldberg met de thema’s ‘Organisation of care for affective disorders in a large rural area. Ingredients of collaborative care and its effectiveness’ en ‘Combined Depression and Anxiety’.
Dit symposium is met 5 punten geaccrediteerd door het Accreditatiebureau Verpleegkundig Specialisten Register voor verpleegkundig specialisten geestelijke gezondheidszorg en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP), en met 4 punten door de Federatie Gezondheidszorgpsychologen (FGzP).

Klik hier voor het programma en de presentaties.

Koningsheideprijs voor Nadine Troquete

Op 17 december 2013 heeft Nadine Troquete, promovenda bij het RGOc, de Koningsheideprijs ontvangen voor de artikelen in haar proefschrift, en met name de publicatie Risk Assessment and Shared Care Planning in Outpatient Forensic Psychiatry: a Randomised Controlled Trial in British Journal of Psychiatry, 2013: 202(5), p. 365-371. doi: 10.1192/bjp.bp.112.113043. De Koningsheideprijs wordt eens per twee jaar uitgereikt aan “een gedragsdeskundige die door zijn/haar publicatie een bijzondere bijdrage heeft geleverd aan de wetenschappelijke ontwikkeling van het terrein van de forensische psychiatrie en/of psychologie”.

Het Rob Giel Onderzoekcentrum feliciteert Nadine Troquete van harte met deze prijs!

Nieuwe leden RGOc: GGZ NHN en VNN
In het najaar van 2013 zijn er twee nieuwe leden toegetreden tot het RGOc: GGZ Noord Holland Noord en Verslavingszorg Noord Nederland. Beide instellingen zullen eerst een jaar aspirantlid zijn. Na een jaar wordt bekeken of zij het aspirantlidmaatschap willen omzetten in een volledig lidmaatschap. Met deze toetreding is het RGOc gegroeid van zes naar acht instellingen, t.w. het Universitair Centrum Psychiatrie van het Universitair Medisch Centrum Groningen en de GGZ-instellingen Lentis, GGZ Friesland, GGZ Drenthe, GGZ Noord Holland Noord, Dimence, Mediant en VNN.